Spring naar inhoud

Geconsolideerde jaarrekening

Geconsolideerde balans per 31 december 2021

Geconsolideerde balans per 31 december 2021

Na resultaatbestemming, bedragen x € 1.000

  Ref.   31-12-2021   31-12-2020
           
ACTIVA          
           
Immateriële vaste activa 5.1   140.940    85.916 
           
Beleggingen 5.2        
Onroerende zaken   672.637    642.785   
Deelnemingen   3.999    2.038   
Overige financiële beleggingen:          
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren   2.968.913    2.307.180   
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren   2.695.781    1.764.186   
- Derivaten     35.815   
- Hypothecaire leningen   192.457    226.598   
- Overige leningen   359.668    289.200   
- Vastgoedfondsen   1.345.465    828.988   
- Infrastructuurfondsen   554.968    435.522   
- Beleggingen in liquide middelen   64.057    47.497   
- Hypotheekfondsen   209.616     
- Andere financiële beleggingen   12.644    12.515   
      9.080.205    6.592.324 
           
Vorderingen 5.3   300.804    184.509 
           
Overige activa 5.4        
Onroerende zaken eigen gebruik   99.580    68.808   
Overige vaste bedrijfsmiddelen   26.198    26.932   
Voorraden   2.880    2.501   
      128.658    98.241 
Overlopende activa          
Nog te ontvangen huur en rente   1.189    606   
Overlopende activa   23.396    15.140   
      24.585    15.746 
           
Liquide middelen     218.856    143.070 
       
TOTAAL ACTIVA     9.894.048    7.119.806 
  Ref.   31-12-2021   31-12-2020
           
PASSIVA          
           
Groepsvermogen          
Eigen vermogen 5.5, 5,7 1.778.413    1.343.251   
Aandeel derden 5.6 3.229    3.211   
      1.781.642    1.346.462 
           
Voorzieningen 5.8   420.478    267.961 
           
Technische voorzieningen 5.9   7.172.312    5.154.718 
           
Langlopende schulden 5.11   171.239    163.298 
           
Kortlopende schulden en overlopende passiva 5.12   348.377    187.367 
       
TOTAAL PASSIVA     9.894.048    7.119.806 

Geconsolideerde resultatenrekening over 2021

Opbrengsten en kosten

Geconsolideerde resultatenrekening over 2021

Bedragen x € 1.000

  Ref.   2021    2020 
Opbrengsten          
Premieopbrengsten 6.1 592.472    516.792   
Opbrengsten uit beleggingen * 6.2 646.420    74.659   
Omzet uitvaartbedrijf 6.1 156.521    114.207   
Overige omzet 6.1 3.236    148   
      1.398.649    705.806 
Kosten          
Verzekeringstechnische lasten 6.3 389.374    329.202   
Acquisitiekosten ** 6.4 65.224    53.412   
Externe kosten uitvaartbedrijf   137.084    118.099   
Personeelskosten 6.5 171.861    153.727   
Afschrijvingen 6.6 32.621    20.407   
Overige bedrijfskosten 6.7 57.626    60.871   
      853.790    735.718 
Groepsresultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor rente en belastingen     544.859    -29.912 
           
Rente          
Rentebaten   594    160   
Rentelasten   5.202    4.320   
      -4.608    -4.160 
Groepsresultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen     540.251    -34.072 
           
Winstdeling 5.9   5.940    42.994 
           
Groepsresultaat voor belastingen     534.311    -77.066 
           
Belastingen 6.10   -99.625    -13.229 
           
Resultaat aandeel derden     195    189 
       
Groepsresultaat na belastingen     434.881    -90.106 

Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2021

Bedragen x € 1.000

  Ref.   2021    2020 
           
Resultaat na belasting 5.5   434.881    -90.106 
           
Operationele activiteiten          
Waardemutaties immateriële vaste activa 5.1 21.279    11.355   
Waardemutaties vaste bedrijfsmiddelen 5.4 11.379    11.101   
Afschrijving toegerekende acquisitiekosten 5.9 13.736    11.966   
Toevoeging technische voorziening 5.9 267.988    272.861   
Waardemutaties beleggingen 5.2 -501.964    74.008   
Waardemutaties belang derden 5.6 -195     
Overige mutaties in het eigen vermogen 5.5 281    -266   
Mutatie overige voorzieningen 5.8 123.011    -22.706   
Mutatie in vaste bedrijfsmiddelen 5.4 -28.809     
Mutatie voorraden   50    -251   
Mutatie vorderingen 5.3 -50.848    -15.417   
Mutatie overlopende activa   -9.249    160   
Mutatie kortlopende schulden 5.12 184.215    -11.852   
Mutatie financiële vaste activa 5.2   755   
      30.873    331.713 
Totaal kasstroom uit bedrijfsoperaties     465.754    241.607 
           
Ontvangen interesten   150    567   
Betaalde interesten   -1.697    -515   
Betaalde winstbelasting   -46.760    13.828   
      -48.308    13.880 
Kasstroom uit operationele activiteiten (a)   417.447    255.487 
           
Investeringen en aankopen          
- in immateriële vaste activa 5.1 -23.492    -17.339   
- in deelnemingen 5.2 -1.793    -175   
- in onroerende zaken 5.2 -18.764    -13.454   
- in geldleningen en effecten 5.2 -3.630.829    -2.407.484   
- in vaste bedrijfsmiddelen 5.4 -11.752    -9.800   
- in overige financiële beleggingen 5.2 -228    -263   
- in overname Yarden Holding B.V.   -1.402     
      -3.688.260    -2.448.515 

Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2021, vervolg

Bedragen x € 1.000

  Ref.   2021    2020 
           
Desinvesteringen, aflossingen en verkopen:          
- in immateriële vaste activa 5.1 5.344     
- in deelnemingen 5.2 -13    264   
- in onroerende zaken 5.2 102.345    175.501   
- in geldleningen en effecten 5.2 3.210.476    2.048.675   
- in vaste bedrijfsmiddelen 5.4 1.543    3.322   
- in overige financiële beleggingen 5.2   11.433   
      3.319.695    2.239.195 
Kasstroom uit investerings- en beleggingsactiviteiten (b)   -368.565    -209.320 
           
Kasstromen minderheidsbelang 5.6 213    -57   
Aflossingen en opname langlopende schulden 5.11 -27.678    7.290   
Kasstroom uit financieringsactiviteiten (c)   -27.465    7.233 
           
Per saldo mutatie liquide middelen (a)+(b)+(c)   21.417    53.400 
           
Liquide middelen op 1 januari     143.070    89.670 
Liquide middelen ontvangen vanuit overname Yarden Holding B.V.     54.369   
           
Liquide middelen op 31 december     218.856    143.070 

Toelichting op de geconsolideerde balans en resultatenrekening

1. Algemene toelichting

1.1 Activiteiten

De activiteiten van DELA Coöperatie U.A. (‘DELA Coöperatie’), statutair gevestigd in Eindhoven, Oude Stadsgracht 1, KvK-nummer 17012026, en haar groepsmaatschappijen (tezamen ‘DELA Groep’) bestaan uit verzekeren, beleggen en het verzorgen van uitvaarten. De verzekeringsproducten betreffen uitvaartverzekeringen, overlijdensrisicoverzekeringen en spaarverzekeringen. De verzekeringsactiviteiten vinden plaats in Nederland, België en Duitsland. Uitvaartactiviteiten vinden plaats in Nederland en België. Beleggingsactiviteiten voor de DELA Groep worden in Nederland verricht.

1.2 Consolidatie

DELA Coöperatie U.A. staat aan het hoofd van een groep rechtspersonen. In de consolidatie worden de financiële gegevens opgenomen van DELA Coöperatie, haar groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen waarin DELA Coöperatie overheersende zeggenschap, direct of indirect, kan uitoefenen doordat zij beschikt over de meerderheid van de stemrechten of op enig andere wijze de financiële en operationele activiteiten kan beheersen. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met potentiële stemrechten die direct kunnen worden uitgeoefend op balansdatum.

De groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft, worden voor 100% in de consolidatie betrokken. Het aandeel van derden in het groepsvermogen en in het groepsresultaat wordt afzonderlijk vermeld.

Wanneer er sprake is van een belang in een joint venture wordt dit belang proportioneel geconsolideerd. Van een joint venture is sprake indien als gevolg van een overeenkomst tot samenwerking de zeggenschap door de twee aandeelhouders gezamenlijk wordt uitgeoefend.

Intercompanytransacties, -winsten en onderlinge vorderingen en schulden tussen groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen worden geëlimineerd. Ongerealiseerde verliezen op intercompanytransacties worden ook geëlimineerd tenzij er sprake is van een bijzondere waardevermindering. Waarderingsgrondslagen van groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen zijn waar nodig gewijzigd om aansluiting te krijgen bij de geldende waarderingsgrondslagen van DELA Groep.

Om een goed beeld te geven van de afzonderlijke bedrijfsactiviteiten worden de intercompanytransacties en -resultaten tussen verzekeraar en uitvaartverzorger niet geëlimineerd in de operationele resultatenrekening (onderdeel Gesegmenteerde informatie). Dit betreft de uitkeringen van de uitvaartverzekeringen van de verzekeraar aan het uitvaartbedrijf, huren en rentebaten en -lasten op vorderingen en schulden.

Aangezien de resultatenrekening over 2021 van DELA Coöperatie in de geconsolideerde jaarrekening is opgenomen, is in de enkelvoudige jaarrekening volstaan met een weergave van een beknopte resultatenrekening in overeenstemming met artikel 2:402 Burgerlijk Wetboek (hierna BW).

Hieronder is het organogram weergegeven van de vennootschappen die binnen de consolidatie van DELA Groep zijn opgenomen. Dit overzicht bevat de vereiste gegevens per 31-12-2021 op grond van de artikelen 2:379 en 2:414 B.W.

* Voor deze groepsmaatschappijen is door DELA Coöperatie een zogenaamde 403-verklaring afgegeven.

In paragraaf 5.2 staat een overzicht van de deelnemingen die niet worden geconsolideerd.

1.2.1 Overname Yarden

Op 2 augustus 2021 heeft DELA Holding N.V. 100% van de aandelen verkregen in Yarden Holding B.V. De transactie bestaat uit de volgende componenten:

  • Een verkrijgingsprijs die bestaat uit: een koopprijs van € 2, voor de aandelen en een toezegging van € 1,5 miljoen aan Vereniging Yarden, te betalen in 3 jaarlijkse termijnen.
  • Naast de toezeggingen dienen ook de kosten die direct toerekenbaar zijn aan de overname toegevoegd te worden aan de verkrijgingsprijs. De totale kosten die direct toerekenbaar zijn aan de overname bedragen € 0,9 mln. De kosten bevatten vooral kosten voor advocaten, traject DNB en traject ACM.
  • Volgend uit de toezeggingen die gedaan zijn in de koopovereenkomst, heeft DELA een bedrag gereserveerd voor de natura-pakketpolissen van Yarden. Hiermee kan een deel van de indexatie worden gecompenseerd, die Yarden in 2019 met het toepassen van de en-bloc clausule had bevroren en worden bewerkstelligd dat in geval van overlijden van een natura-pakketpolisverzekerde van Yarden de eerste 10 jaar na overname alle diensten uit het pakket worden uitgevoerd zonder bijbetaling (mits gebruik wordt gemaakt van het eigen uitvaartbedrijf). De reële waarde van deze compensatie door DELA voor de pakketpolishouders van Yarden is € 80,4 miljoen (na belastingeffect € 60,3 mln.). Hiervan is € 57,8 miljoen bestemd voor indexatie van de verzekerde bedragen en € 22,6 miljoen voor compensatie aan nabestaanden gedurende de eerste 10 jaar na de overname. Voor deze voorzieningen zijn dezelfde grondslagen gehanteerd als genoemd voor de Yarden-portefeuille (zie hoofdstuk 2.14.2 bij de grondslagen).
  • Zoals bij het vorige punt is beschreven heeft DELA voor de Yarden pakketpolissen een voorziening getroffen voor toekomstige indexatie van de verzekerde bedragen. Daarbij is ook afgesproken dat de voorziening verhoogd of verlaagd wordt bij eventuele mee- of tegenvallers na de overnamedatum. Tot op heden is er € 0,3 miljoen onttrokken voor juridische kosten, € 9,8 miljoen omdat crematoria noodgedwongen onder de marktwaarde zijn verkocht en € 1,5 miljoen voor kosten die daarmee verband houden. De voorziening is daardoor verlaagd met € 11,6 miljoen per ultimo 2021.  Voor de verkochte crematoria is een earn-out regeling van toepassing, waardoor de opbrengst de komende jaren nog zal wijzigen. De impact daarvan zal telkens in de indexatievoorziening worden verwerkt. In de reële waarde van de indexatievoorziening van € 57,8 miljoen zijn de verrekeningen al opgenomen.

De goodwill is als ‘aanschaffingen goodwill’ opgenomen in het verloopoverzicht immateriële vaste activa. Deze is als volgt bepaald:

Goodwill overname Yarden Holding B.V.

- Verkrijgingsprijs voor de aandelen    
- Toezegging aan Vereniging Yarden   1.500   
- Kosten direct toerekenbaar aan de overname   902   
- Toezeggingen aan polishouders   60.328   
Totaal     62.730 
       
Af: reële waarde van de overgenomen activa en passiva     4.574 
       
Goodwill     58.155 

Om goedkeuring van de ACM te verkrijgen voor de overname heeft DELA de verplichting om zeven crematoria te verkopen. Met de afstoting van de crematoria is er een oplossing voor elke regio waar als gevolg van de concentratie een mededingingsprobleem zou kunnen ontstaan. Een Share Purchase Agreement voor de verkoop van deze zeven crematoria is inmiddels getekend en ligt ter goedkeuring bij de ACM. Tot aan de verkoop worden de activiteiten van de te verkopen crematoria voortgezet onder leiding van een Hold Separate Manager. Tevens zal DELA in de komende tien jaar geen economisch belang of invloed op deze crematoria verwerven zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de ACM.

De overname is verwerkt conform de ‘purchase accounting’-methode.  De resultaten van Yarden Holding B.V. en haar dochters worden vanaf aankoopdatum (2 augustus 2021) verwerkt in de jaarrekening van DELA Groep. Bij de ‘purchase accounting’-methode worden de vergelijkende cijfers (en de cijfers van het huidige boekjaar tot overnamedatum) niet aangepast.

Bij de purchase accounting-methode worden de identificeerbare activa en passiva op overnamedatum op reële waarde gewaardeerd. Het bepalen van de reële waarde brengt materiële schattingen met zich mee. De belangrijkste schattingen hebben betrekking op:

- de waardering van beleggingen: onroerende zaken (zie hoofdstuk 5.2) ;
- de gehanteerde grondslagen voor de technische voorzieningen (zie hoofdstuk 2.14).

De waardering van de technische voorzieningen is gevoelig voor gekozen grondslagen. Wij hebben de gevoeligheid van de technische voorzieningen per overnamedatum van Yarden berekend voor hogere en lagere sterftekansen, afkoopkansen, kosten en rekenrentes. Die zijn als volgt:

  • 10% hogere (lagere) sterftekansen leiden tot 1% hogere (lagere) technische voorzieningen;
  • 10% hogere (lagere) afkoopkansen leiden tot 1% lagere (hogere) technische voorzieningen;
  • 10% hogere (lagere) kosten leiden tot 3% hogere (lagere) technische voorzieningen;
  • 10% hogere (lagere) rekenrentes leiden tot 5% lagere (hogere) technische voorzieningen;
  • Het meenemen van neerwaarts afkooprisico in de risicomarge in plaats van massaal afkooprisico leidt tot 3% hogere technische voorzieningen.

Per 4 augustus is Yarden Uitvaartverzekeringen N.V. (dochter van Yarden Holding B.V.) gefuseerd met DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. conform de ‘carry over’-methode. Beide entiteiten stonden op moment van fuseren onder gemeenschappelijke leiding. Bij de fusie zijn dezelfde boekwaardes gehanteerd als bij de ‘purchase accounting’-methode per overnamedatum bepaald.

1.3 Verbonden partijen

Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen, worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire bestuurs- en directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van DELA Groep en nauwe verwanten daarvan zijn verbonden partijen.

Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan worden indien van toepassing de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig zijn voor het verschaffen van het inzicht toegelicht. Inzake overlijdens die bij DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. worden gemeld, wordt de uitvoering in beginsel verzorgd door DELA Uitvaartverzorging N.V. of Yarden Holding B.V. en hun dochtermaatschappijen.

1.4 Acquisities en desinvesteringen van groepsmaatschappijen

Vanaf de overnamedatum worden de resultaten en de identificeerbare activa en passiva van de overgenomen onderneming opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening. De overnamedatum is het moment dat overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend in de betreffende onderneming.

De verkrijgingsprijs bestaat uit het geldbedrag of equivalent dat is overeengekomen voor de verkrijging van de overgenomen onderneming vermeerderd met eventuele direct toerekenbare kosten. Indien de verkrijgingsprijs verschilt van het nettobedrag van de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva dan wordt het verschil als goodwill aangemerkt.

De maatschappijen die in de consolidatiekring betrokken zijn, blijven in de consolidatie opgenomen tot het moment dat de beslissende zeggenschap wordt overgedragen of dat de maatschappij slechts gehouden wordt om te vervreemden.

1.5 Schattingen

Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat het bestuur zich over verschillende zaken een oordeel vormt en dat het bestuur schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in art. 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen in de toelichting op de betreffende posten. Deze schattingen zijn naar beste weten door het bestuur gemaakt, maar de daadwerkelijke uitkomsten kunnen uiteindelijk afwijken van die schattingen. De belangrijkste schattingen hebben betrekking op:

  • de waardering van beleggingen: onroerende zaken, vastgoedfondsen, infrastructuurfondsen en participatiemaatschappijen (zie hoofdstuk 5.2) ;
  • de gehanteerde grondslagen voor de technische voorzieningen (zie hoofdstuk 2.14);
  • de waardering van de niet-technische voorzieningen (zie hoofdstuk 2.12).

De hier bovengenoemde belangrijkste schattingen hebben ook gespeeld bij de verwerking van de overname van Yarden Holding N.V. In hoofdstuk 1.2.1 is verdere beschrijving gegeven van de materiële schattingen die gebruikt zijn bij de verwerking van de overname.

1.6 Impact COVID-19

Ook DELA Groep heeft te maken met de gevolgen van de COVID-19 pandemie. De gevolgen van de COVID-19 pandemie brengen de continuïteit van DELA Groep niet in gevaar. De Solvency II ratio staat per eind 2021 op 266% waar het minimaal noodzakelijk geachte solvabiliteitspercentage is vastgesteld op 150%. Dit geeft aan dat DELA geen solvabiliteitsprobleem heeft. Het operationeel resultaat is in 2021 negatief beïnvloed, maar zoals aangegeven worden deze gevolgen voor de langere termijn niet verwacht. Er bestaat ook geen risico ten aanzien van de liquiditeitspositie. 

In Hoofdstuk 4 De Risicoparagraaf wordt verder ingegaan op de invloed van Covid-19 op de bedrijfsvoering van DELA Groep. 

1.7 Opmaken en vaststellen jaarrekening

De jaarrekening 2021 is opgemaakt door het bestuur op 30 april 2022 en zal op het moment van publicatie zijn vastgesteld in de algemene vergadering van 11 juni 2022. De jaarrekening 2020 is in de algemene vergadering van 5 juni 2021 vastgesteld.

2. Grondslagen voor balanswaardering en resultaatbepaling

2.1 Algemeen

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ). Alle bedragen luiden in duizenden euro’s, tenzij anders is aangegeven.

De waardering en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten, tenzij anders vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd, tenzij anders vermeld. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn.

2.2 Vreemde valuta

2.2.1 Functionele valuta

De posten in de jaarrekening van de groepsmaatschappijen worden gewaardeerd met inachtneming van de valuta van de economische omgeving waarin de groepsmaatschappij voornamelijk haar bedrijfsactiviteiten uitoefent (de functionele valuta). De euro is de functionele en presentatievaluta van DELA Groep.

2.2.2 Transacties, vorderingen en schulden

Transacties in vreemde valuta gedurende de verslagperiode zijn in de jaarrekening verwerkt tegen de koers op transactiedatum. Activa en passiva in vreemde valuta die op actuele waarde worden gewaardeerd, worden omgerekend tegen de koers per balansdatum. Koersverschillen die optreden bij de afwikkeling van monetaire posten zijn in de resultatenrekening verwerkt in de periode dat zij zich voordoen.

Activa die volgens de verkrijgingsprijs worden gewaardeerd in een vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de transactiedatum (of de benaderde koers).

2.3 Herverzekeringscontracten

Uit hoofde van met herverzekeraars afgesloten contracten wordt DELA Groep gecompenseerd voor verliezen op uitgegeven verzekeringscontracten.

Herverzekeringspremies, provisies en uitkeringen evenals technische voorzieningen voor herverzekeringscontracten worden op dezelfde wijze verantwoord als de directe verzekeringen waarvoor de herverzekeringen zijn afgesloten. Het aandeel van herverzekeraars in de technische voorzieningen waartoe DELA Coöperatie uit hoofde van haar herverzekeringscontracten gerechtigd is, wordt in mindering gebracht op de bruto technische voorzieningen. De kortlopende vorderingen op herverzekeraars zijn opgenomen onder de vorderingen.

De waardering van door en aan herverzekeraars verschuldigde bedragen geschiedt in overeenstemming met de voorwaarden van de herverzekeringscontracten. Verplichtingen uit herverzekering betreffen voornamelijk te betalen premies.

De vorderingen uit hoofde van herverzekeringscontracten worden op de balansdatum beoordeeld op eventuele bijzondere waardeverminderingen.

2.4 Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd op het bedrag van de bestede kosten, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De economische levensduur en de afschrijvingsmethode worden aan het einde van het boekjaar opnieuw beoordeeld. Bij eventuele significante wijzigingen worden de afschrijvingstermijn en de afschrijvingsmethode herzien. Voor de kosten van interne ontwikkeling wordt een wettelijke reserve gevormd ter hoogte van het geactiveerde bedrag.

Om vast te stellen of er voor een immaterieel vast actief sprake is van een bijzondere waardevermindering wordt verwezen naar paragraaf 2.8.

2.4.1 Goodwill

De bij acquisities betaalde goodwill is gewaardeerd tegen de op het moment van verkrijging vastgestelde reële waarde. Deze waarde is bepaald op basis van het bedrag dat betaald zou worden tussen onafhankelijke partijen die ter zake goed geïnformeerd zijn en tot transactie bereid zouden zijn. De goodwill wordt lineair afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur, welke jaarlijks wordt beoordeeld. De huidige verwachte levensduur voor verschillende goodwill-posities ligt tussen de 20 jaar en 29,7 jaar.

2.4.2. Overgenomen verzekeringsportefeuilles

De toekomstige kasstromen van overgenomen verzekeringsportefeuilles zijn gewaardeerd tegen de op het moment van verkrijging vastgestelde reële waarde. Deze waarde is bepaald op basis van het bedrag dat betaald zou worden tussen onafhankelijke partijen die ter zake goed geïnformeerd zijn en tot transactie bereid zouden zijn. Deze waarde wordt lineair afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur, welke jaarlijks wordt beoordeeld. De huidige verwachte levensduur van overgenomen verzekeringsportefeuilles is 20 jaar, gerekend vanaf overnamedatum.

2.4.3. Concessies en vergunningen

Kosten van concessies en vergunningen worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs en lineair afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur met een maximum van 20 jaar.

2.4.4. Software

Software wordt geactiveerd indien er voldaan wordt zoals vermeld in RJ210.224. De kosten van aanschaf, ontwikkeling en implementatie van zowel aangekochte als intern vervaardigde softwareapplicaties met een verwachte levensduur van minimaal 5 jaar worden geactiveerd en lineair afgeschreven over de verwachte levensduur met een maximum van 10 jaar. Indien de kosten van aanschaf, ontwikkeling en/of implementatie van een softwareapplicatie lager zijn dan € 0,5 miljoen worden deze direct in de resultatenrekening verantwoord.

2.5 Beleggingen

Hieronder wordt per beleggingscategorie de grondslag van waardering en resultaatbepaling beschreven. Het merendeel van de beleggingen wordt gewaardeerd tegen actuele waarde. Waar een nadere toelichting nodig is op de actuele waarde, is deze in hoofdstuk 5 bij de toelichting op de balanspost gegeven. Zowel ongerealiseerde als gerealiseerde winsten en verliezen ten gevolge van verkopen en waardeveranderingen van beleggingen worden in de resultatenrekening verantwoord. Transactiekosten samenhangend met de aan- of verkoop van beleggingen worden rechtstreeks in de resultatenrekening verantwoord.

2.5.1 Onroerende zaken

Onroerende zaken worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum. In hoofdstuk 5.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode. 

2.5.2 Deelnemingen

Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de nettovermogenswaardemethode. Wanneer 20% of meer van de stemrechten uitgebracht kan worden, is er sprake van een wettelijk vermoeden van invloed van betekenis.

De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening; voor deelnemingen waarvan onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor aanpassing aan deze grondslagen, wordt uitgegaan van de waarderingsgrondslagen van de desbetreffende deelneming.

Indien de waardering van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op nihil gewaardeerd. Indien en voor zover DELA Groep in deze situatie geheel of gedeeltelijk instaat voor de schulden van de deelneming, wordt een voorziening getroffen. De eerste waardering van deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Daarna worden, uitgaande van de waarde bij eerste waardering, de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening.

Deelnemingen waarop geen invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien sprake is van een duurzame waardevermindering vindt waardering plaats tegen deze lagere waarde. Afwaardering vindt plaats ten laste van de resultatenrekening.

De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen op deelnemingen worden gewaardeerd tegen de reële waarde van het verstrekte bedrag, gewoonlijk de nominale waarde, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen.

2.5.3 Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren

Aandelen en converteerbare obligaties worden gewaardeerd tegen reële waarde aan de hand van officiële noteringen in de financiële markten. Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord.

2.5.4 Obligaties en andere vastrentende waardepapieren

Obligaties worden gewaardeerd tegen reële waarde aan de hand van officiële noteringen in de financiële markten.

2.5.5 Derivaten

Afgeleide financiële instrumenten, waaronder interest rate swaps, aandelenopties en valutatermijncontracten worden gewaardeerd tegen reële waarde. DELA kent ook een converteerbare lening, die bestaat uit een lening en een call optie. De call optie wordt bij de waardering afgescheiden van de lening en op reële waarde afzonderlijk gewaardeerd. Het betreft alle niet-beursgenoteerde stukken en deze worden gewaardeerd op basis van financiële modellen, de 'mark-to-model' methode.

Indien afgeleide financiële instrumenten een negatieve waarde hebben, worden deze op de balans gerubriceerd onder de kortlopende schulden.

2.5.6 Hypothecaire leningen

Vorderingen uit hypothecaire leningen worden gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De directe kosten die samenhangen met het verstrekken van een hypothecaire lening worden opgenomen als aankoopkosten. Zij zijn onderdeel van de geamortiseerde kostprijs en worden geactiveerd op de balans. Op balansdatum wordt beoordeeld of er objectieve waarnemingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van de vorderingen uit hypothecaire leningen. Indien dit het geval is, dient dit verlies verantwoord te worden in de resultatenrekening.

2.5.7 Overige leningen

De beleggingen in bedrijfsleningen worden gewaardeerd tegen reële waarde.

Overige leningen met een vastgestelde rente worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. 

2.5.8 Vastgoedfondsen

Participaties in vastgoedfondsen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze post bevat beleggingen zonder frequente marktnotering. In hoofdstuk 5.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode. Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord. Voorts wordt voor de ongerealiseerde waardestijging een herwaarderingsreserve gevormd.

2.5.9 Infrastructuurfondsen

Participaties in infrastructuurfondsen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze post bevat beleggingen zonder frequente marktnotering. In hoofdstuk 5.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode.  Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord. Voorts wordt voor de ongerealiseerde waardestijging een herwaarderingsreserve gevormd.

2.5.10 Hypotheekfondsen

Participaties in hypotheekfondsen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze post bevat beleggingen zonder frequente marktnotering. In hoofdstuk 5.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode.  Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord. Voorts wordt voor de ongerealiseerde waardestijging een herwaarderingsreserve gevormd.

2.5.11 Beleggingen in liquide middelen

Beleggingen in liquide middelen worden gewaardeerd tegen reële waarde die gelijk is aan de nominale waarde.

2.5.12 Overige financiële beleggingen

De overige financiële beleggingen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze post bevat beleggingen zonder frequente marktnotering. In hoofdstuk 5.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode.  Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord. Voorts wordt voor de ongerealiseerde waardestijging een herwaarderingsreserve gevormd. Uitzondering hierop is de kunstcollectie welke tegen kostprijs wordt gewaardeerd.

2.5.13 Opbrengsten uit beleggingen

Onder opbrengsten uit beleggingen zijn begrepen:

  • huuropbrengsten uit beleggingen in onroerende zaken;
  • beheerkosten van beleggingen in onroerende zaken;
  • dividenden uit deelnemingen gewaardeerd tegen kostprijs; 
  • beheer- en bewaarkosten van beleggingen;
  • dividenden van aandelen en vastgoed-, infrastructuur- en hypotheekfondsen;
  • interest op beleggingen in vastrentende waarden;
  • gerealiseerde resultaten bij verkoop van beleggingen;
  • ongerealiseerde resultaten als gevolg van waardemutaties van beleggingen;
  • overige rentebaten en-lasten.

Rentebaten en -lasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.

2.6 Vorderingen

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde. Bij een verlengde overeengekomen betalingstermijn wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten onder aftrek van een eventuele voorziening wegens oninbaarheid.

Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en de passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds. De berekening van de latente belastingvorderingen geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in de komende jaren geldende tarieven, voor zover reeds bij wet vastgesteld.

2.7 Overige activa

2.7.1 Onroerende zaken in eigen gebruik

De waardering van deze onroerende zaken geschiedt tegen de kostprijs minus afschrijvingen, rekening houdend met een eventuele afwaardering op basis van een lagere realiseerbare marktwaarde. De afschrijvingen geschieden op basis van een vast percentage van de aanschafwaarde van 3% per jaar. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Kosten voor groot onderhoud worden conform de componentenbenadering geactiveerd en afgeschreven over de verwachte levensduur. Bij een componentenbenadering wordt op onderdelen van een actief afzonderlijk afgeschreven.

2.7.2 Overige vaste bedrijfsmiddelen

De overige vaste bedrijfsmiddelen waaronder inventarissen en auto’s zijn opgenomen tegen de aanschafwaarde verminderd met afschrijvingen op basis van de verwachte levensduur, rekening houdend met de eventuele restwaarde. Kosten voor groot onderhoud worden conform de componentenbenadering geactiveerd en afgeschreven over de verwachte levensduur.

De afschrijving vindt lineair plaats. De afschrijvingstermijnen zijn als volgt:

  • Installaties: 10 jaar;
  • Inventaris: 10 jaar;
  • Rouwauto’s: 8 jaar;
  • Overige auto’s: 5 jaar;
  • Bedrijfskleding: 2 jaar;
  • Laptops: 4 jaar.
2.7.3 Voorraden

Voorraden worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs onder toepassing van de FIFO-methode (‘first in, first out’) of lagere marktwaarde. De verkrijgingsprijs omvat alle kosten die samenhangen met de verkrijging, alsmede gemaakte kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te houden. De lagere marktwaarde is de geschatte verkoopprijs onder aftrek van direct toerekenbare verkoopkosten. Bij de bepaling van de lagere marktwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.

2.8 Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa

Door DELA Groep wordt op balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig is geweest. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde is de hoogste van de marktwaarde en de bedrijfswaarde.

Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, wordt deze bijzondere waardevermindering teruggedraaid tot maximaal de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord.

Ook voor financiële instrumenten beoordeelt DELA Groep op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen wordt de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen bepaald en direct verwerkt in de resultatenrekening.

Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen aflossingswaarde, wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument. Eventuele terugname van het waarderverminderingsverlies wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs. Het teruggenomen verlies wordt dan in de resultatenrekening verwerkt. Een waardeverminderingverlies op goodwill zal in de toekomst niet meer worden teruggenomen.

2.9 Overlopende activa

De vorderingen worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht.

2.10 Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas en banktegoeden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen als kortlopende schulden onder schulden aan kredietinstellingen. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

2.11 Aandeel derden

Het aandeel derden als onderdeel van het groepsvermogen wordt gewaardeerd tegen het bedrag van het netto belang in de desbetreffende groepsmaatschappijen.

Voor zover de betreffende groepsmaatschappij een negatieve nettovermogenswaarde heeft, wordt deze negatieve waarde niet toegewezen aan het aandeel derden, tenzij de houders van het aandeel derden een feitelijke verplichting hebben en in staat zijn om de verliezen voor hun rekening te nemen. Zodra de nettovermogenswaarde van de groepsmaatschappij weer positief is, worden resultaten toegekend aan het aandeel derden.

2.12 Voorzieningen

2.12.1 Algemeen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten.

De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.

Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.

2.12.2 Pensioenvoorziening

2.12.2.1 Nederland
De pensioenregeling van de Nederlandse groepsmaatschappijen bestaat uit een beschikbare premieregeling. Deelnemers bouwen een pensioenkapitaal op waarmee op het moment van pensionering een pensioenuitkering aangekocht dient te worden.

De belangrijkste kenmerken van deze regeling zijn:

  • werkgever betaalt maandelijks per werknemer een premie aan de uitvoerder;
  • het pensioengevend loon is 13 maal het vaste maandsalaris + toeslagen of 14 maal het vaste maandsalaris (2021: maximaal € 112.189);
  • de pensioengrondslag waarover de werkgever premie inlegt is het pensioengevend loon minus de franchise (2021: variërend tussen € 14.544 en € 16.424);
  • de pensioenpremie die betaald wordt aan de uitvoerder is gebaseerd op een leeftijdsstaffel met oplopende premiepercentages. De gehanteerde rekenrente is afhankelijk van de pensioenuitvoerder.
  • de eigen bijdrage van de werknemer ligt tussen de 4,5% en 6% van de pensioengrondslag;
  • de regeling leidt niet tot enige verplichting op balansdatum, met uitzondering van verplichtingen die ontstaan uit nog niet betaalde premies.

Voor deelnemers is tevens een nabestaandenpensioen verzekerd ter grootte van 1,16% van pensioengrondslag maal het aantal dienstjaren vanaf deelname aan de pensioenregeling tot aan de pensioenrichtdatum. Bij arbeidsongeschiktheid is er sprake van premievrijstelling voor de deelnemers. Daarnaast is een aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkering verzekerd waarvan de hoogte van de uitkering afhangt van de mate arbeidsongeschiktheid.

Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing. Er worden door DELA Groep op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan verzekeringsmaatschappijen betaald. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

Per 1 januari 2022 treedt een nieuwe pensioenregeling in voor nieuwe medewerkers. Deze zal niet tot materieel andere kasstromen leiden.

2.12.2.2 België
In België is sprake van een beschikbare premieregeling. Op het moment van pensionering heeft de deelnemer de keuze om het kapitaal eenmalig uit te laten betalen of om dit bedrag om te zetten in een periodieke pensioenuitkering. De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:

  • werkgever betaalt maandelijks een premie aan de uitvoerder;
  • de premie bedraagt 4% van het referentieloon, verhoogd met 4,4% belasting;
  • het referentieloon bedraagt 13,92 maal het bruto maandloon.

Er is tevens een overlijdensverzekering voor de werknemer afgesloten waarbij de nabestaanden een overlijdenskapitaal ontvangen als de werknemer overlijdt vóór de einddatum. In geval van arbeidsongeschiktheid door ziekte, bevalling of een privé-ongeval, ontvangt de verzekerde een vervangingsinkomen.

2.12.2.3 Duitsland
In Duitsland worden de wettelijke pensioenpremies afgedragen middels de maandelijkse sociale verzekeringspremies. Er is geen aanvullend bedrijfspensioen.

2.12.2.4 Vordering
Daarnaast neemt DELA Groep een vordering op voor:

  • toegezegde restituties als gevolg van een hoge dekkingsgraad van het pensioendepot;
  • overrente of winstdeling die overeenkomstig de bepalingen in een verzekeringscontract beschikbaar komt voor DELA Groep;
  • voordelen van individuele waardeoverdrachten die ten gunste komen van DELA Groep;
  • aanvullende stortingen om de beleggingsmix te garanderen.

Aan de hand van de uitvoeringsovereenkomsten wordt beoordeeld welke verplichtingen er op balansdatum bestaan naast de betaling van de jaarlijkse aan de pensioenuitvoerder verschuldigde premie. Deze additionele verplichtingen, waaronder eventuele verplichtingen uit herstelplannen van de pensioenuitvoerder, leiden tot lasten voor DELA Groep en worden in de balans opgenomen in een voorziening.

De waardering van de verplichting is gebaseerd op nominale waarde, tenzij sprake is van een langlopende verplichting. In dat geval wordt de verplichting tegen contante waarde gewaardeerd. Discontering vindt plaats op basis van rentetarieven van hoogwaardige ondernemingsobligaties.

Toevoeging aan en vrijval van de verplichtingen komen ten laste van respectievelijk ten gunste het resultaat.

Een pensioenvordering wordt in de balans opgenomen wanneer:

  • DELA Groep beschikkingsmacht heeft over de pensioenvordering;
  • het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die de pensioenvordering in zich bergt, zullen toekomen aan DELA Groep;
  • de pensioenvordering betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Ultimo 2021 zijn er voor DELA Groep geen pensioenverplichtingen. Tevens is er per eind 2021 geen vordering meer op SRLEV N.V. (Zwitserleven) waar de Nederlandse pensioenregeling is ondergebracht. Eind 2020 was dit nog wel het geval. In geval van een onderdekking heeft DELA Groep de keuze om het beleggingsmandaat van de tot en met 2017 geldende middelloonregeling actief in stand te houden door een additionele garantiestorting te doen. Door de gedaalde rente waren de garantiestortingen in 2020 tijdelijk opgelopen. Gedurende boekjaar 2021 is er geen sprake meer van onderdekking en is de vordering teruggevloeid naar DELA Groep.

2.12.3 Voorziening jubilea

De voorziening jubilea wordt opgenomen voor verwachte lasten gedurende het dienstverband. De voor de bepaling van de voorziening gehanteerde actuariële methode staat bekend als Projected Unit Credit-methode. Hierbij wordt rekening gehouden met toekomstige salarisstijgingen, overlevings-  arbeidsongeschiktheidskansen en dergelijke. Als lange termijn beleggingsrendement is 1,2% (2020: 0,8%) aangehouden en voor de algemene salarisstijging 2,0% (2020: 2,0%). De AG Generatietafel 2020 en de WIA/IVA-ervaringscijfers zijn toegepast. De aldus berekende verplichting is contant gemaakt tegen 1,2% ultimo 2021 (2020: 0,8%).

2.12.4 Overige voorzieningen

De overige voorzieningen worden opgenomen tegen nominale waarde aangezien de tijdswaarde niet materieel is.

2.12.5 Latente belastingverplichtingen

Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de waarderingsgrondslagen die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. Deze hebben voornamelijk betrekking op de fiscaal afwijkende waardering van onroerende zaken, geldleningen en effecten. De berekening van de latente belastingverplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld. Zowel in Nederland als België bedraagt het belastingtarief 25% per eind 2021.  In Duitsland wordt rekening gehouden met het geldende nominale tarief van 30%. In Nederland is vastgesteld dat vanaf 2022 het belastingtarief stijgt naar 25,8%. Voor België en Duitsland zijn geen voorgenomen wijzigingen.

Latente belastingen worden verantwoord voor tijdelijke verschillen, tenzij DELA Groep in staat is het tijdstip van afloop van het tijdelijke verschil te bepalen en het niet waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de voorzienbare toekomst zal aflopen.

Latente belastingverplichtingen worden gewaardeerd op nominale waarde.

2.12.6 Reorganisatievoorziening

Een reorganisatievoorziening wordt getroffen als vóór de balansdatum is gestart met de implementatie van het reorganisatieplan of als de hoofdlijnen van het reorganisatieplan op een zodanig gedetailleerde wijze uiteengezet zijn aan hen voor wie het gevolgen zal hebben, dat de gerechtvaardigde verwachting is gewekt dat de rechtspersoon de reorganisatie zal uitvoeren. In de reorganisatievoorziening worden de als gevolg van de reorganisatie noodzakelijke kosten opgenomen, die niet in verband staan met de doorlopende activiteiten van de organisatie.

2.13 Discretionaire winstdeling

Winstdeling wordt actuarieel berekend en is discretionair. De winstdeling 2021 is op voordracht van het bestuur en de RvC vastgesteld door de Algemene Vergadering. De verwerking van de discretionaire winstdeling vindt plaats via de post technische voorzieningen. De toevoeging van het bedrag dat DELA Groep onder de technische voorzieningen voor discretionaire winstdeling heeft bestemd, geschiedt ten laste van het resultaat.

2.14 Technische voorziening

2.14.1 Algemeen

Het bepalen van de technische voorzieningen is een proces dat van nature wordt omgeven met onzekerheden. De werkelijke uitkeringen zijn afhankelijk van factoren zoals sociale, economische en demografische trends, inflatie, beleggingsrendementen, gedrag van polishouders en aannames over de ontwikkeling van sterfte. Het gebruik van andere aannames voor deze factoren dan de tariefsgrondslagen die nu in de jaarrekening zijn gebruikt, zou een materieel effect kunnen hebben op de technische voorzieningen en verzekeringstechnische lasten (zie ook 5.10 toereikendheidstoets).

Hierna worden de grondslagen toegelicht die gebruikt worden voor  de balanswaardering in de jaarrekening.

2.14.2 Uitvaartverzekeringen

Voor uitkeringen uit hoofde van verzekeringspolissen die naar verwachting in de toekomst worden gedaan, wordt een verplichting opgenomen zodra de polis van kracht is. De verplichtingen voor uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico bestaan uit de (met tariefinterest) verdisconteerde waarde van de (op basis van tariefsterfte) verwachte toekomstige uitkeringen (inclusief reeds toegekende winstdeling) aan polishouders of andere begunstigden, onder aftrek van toekomstige premies.

Het overgrote deel van de technische voorziening voor uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico zoals gesloten in Nederland is berekend volgens de zuivere nettomethode tegen 2,75% interest en op basis van de door het Actuarieel Genootschap gepubliceerde overlevingstafel GBMV 1995-2000, waarbij gebruik wordt gemaakt van grondslagen met betrekking tot sterfte en interest. Voor verzekeringen tegen tijdelijke premiebetaling is de rekenrente voor de periode na einddatum premiebetaling 2%.

Voor de technische voorzieningen van de overgenomen Yarden-portefeuille worden grondslagen gehanteerd die behoren bij een waardering op reële waarde ten tijde van de overnamedatum. De rekenrente is gemiddeld 1,3% en de sterfte is gebaseerd op de prognosetafel 2020 van het Koninklijk Actuarieel Genootschap. Ook is rekening gehouden met onnatuurlijk verval, gebaseerd op ervaringscijfers en met het actuele kostenniveau. Deze grondslagen wijzigen niet tijdens de looptijd van de portefeuille en zijn dus ook per 31-12-2021 gebruikt. Daarnaast zijn er twee additionele voorzieningen inzake de Yarden-portefeuille:

  • DELA heeft een voorziening gevormd van € 62,4 miljoen waaruit toekomstige indexatie van de pakketpolissen van Yarden wordt gefinancierd. Er is een inschatting gemaakt van deze toekomstige indexaties. De reële waarde van deze voorziening is vervolgens de contante waarde van deze onttrekkingen.
  • Daarbovenop heeft DELA gegarandeerd dat nabestaanden de eerste 10 jaren na de overname het tekort aan inflatie niet hoeven te betalen. Deze tekorten zijn ingeschat en verdisconteerd met als resultante de reële waarde van deze toezegging.

Het overgrote deel van de technische voorziening voor uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico zoals gesloten in België is berekend volgens de zuivere nettomethode tegen de gebruikelijke interestvoeten en overlevingstafels ten tijde van de ingangsdata van de polissen, waarbij gebruik wordt gemaakt van grondslagen met betrekking tot sterfte en interest. De verwachte uitkeringen zijn gebaseerd op de grondslagen van het tarief zoals dat is vastgesteld bij het afsluiten van de polis.

De technische voorziening voor uitvaartverzekeringen zoals gesloten in Duitsland wordt berekend volgens de zuivere netto methode tegen 2% interest. De sterftekansen zijn gebaseerd op sterftetafels zoals geproduceerd door de Deutsche Aktuarvereinigung.

2.14.3 Overlijdensrisicoverzekering

Voor het DELA LeefdoorPlan wordt de technische voorziening berekend volgens de zuivere nettomethode tegen 3% interest en op basis van de prognosetafels zoals deze ten tijde van de introductie van het tarief door het Koninklijk Actuarieel Genootschap zijn gepubliceerd.

De technische voorziening voor overlijdensrisicoverzekering zoals gesloten in Duitsland wordt berekend volgens de zuivere netto methode tegen 3% interest vermeerderd met een voorziening voor onverdiende premie. De sterftekansen zijn gebaseerd op sterftetafels zoals ten tijde van de introductie geproduceerd door de Deutsche Aktuarvereinigung.

2.14.4 Spaarverzekeringen

Voor het DELA CoöperatiespaarPlan wordt de technische voorziening berekend volgens de opgebouwde poliswaarde op grond van de ingelegde spaarpremies, de reeds toegekende winstaandelen alsmede de interestvoet behorende bij het tarief.

2.14.5 Premies

De premies bevatten opslagen voor dekking van de kosten. Wanneer de premies worden ontvangen of invorderbaar zijn geworden, vallen de opslagen vrij en zijn deze beschikbaar voor dekking van de werkelijke kosten, waaronder begrepen doorlopende kosten en acquisitiekosten. 

2.14.6 Acquisitiekosten

De toegerekende acquisitiekosten worden op de voorziening in mindering gebracht.

2.15 Langlopende schulden

Langlopende schulden hebben een looptijd van langer dan één jaar en worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde, die bij aanvang gelijk is aan de geamortiseerde kostprijs. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Indien er geen sprake is van (dis)agio is deze gelijk aan de nominale waarde.

Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de resultatenrekening als interestlast verwerkt.

2.16 Kortlopende schulden

Kortlopende schulden worden op dezelfde manier gewaardeerd als langlopende schulden, echter hebben de kortlopende schulden een looptijd van gelijk aan of korter dan 1 jaar.

2.17 Overlopende passiva

De overlopende passiva worden tegen nominale waarde gewaardeerd.

2.18 Leasing

Bij DELA Groep bestaan leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan de eigendom verbonden zijn, niet bij DELA Groep liggen. Deze leasecontracten worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de resultatenrekening over de looptijd van het contract.

2.19 Opbrengstverantwoording

2.19.1 Premieopbrengsten

De brutopremies bestaan uit de premies die door de polishouders zijn verschuldigd voor afgesloten verzekeringscontracten.

De brutopremies exclusief belastingen en andere heffingen uit hoofde van verzekeringscontracten worden als opbrengst opgenomen wanneer deze verschuldigd zijn door de polishouder. Voor koopsomcontracten wordt de premie opgenomen als bate wanneer deze verschuldigd is, waarbij de eventuele kosten- en risicodekkingen worden uitgesteld en in het resultaat worden opgenomen in een constante verhouding tot de lopende verzekering. 

2.19.2 Herverzekeringspremies

De herverzekeringspremies omvatten de premies uit hoofde van afgesloten herverzekeringscontracten. Deze worden naar evenredigheid van de looptijd van het contract als last opgenomen in de resultatenrekening.

2.19.3 Omzet uitvaartbedrijf

De opbrengsten van het uitvaartbedrijf worden genomen op het moment dat de prestaties zijn geleverd. 

2.19.4 Overige omzet

Onder de overige omzet zijn de opbrengsten verantwoord die voortvloeien uit andere dan operationele activiteiten van DELA Groep.

2.19.5 Netto-omzet

Netto-omzet omvat de opbrengsten uit levering van goederen en diensten onder aftrek van kortingen en dergelijke, van over de omzet geheven belastingen en na eliminatie van transacties binnen DELA Groep. Eén van deze eliminaties ziet toe op de uitkeringen bij de verzekeraar die worden aangewend voor een uitvaart bij de uitvaartverzorger.

2.20 Acquisitiekosten

Acquisitiekosten zijn de kosten die direct of indirect samenhangen met het afsluiten van verzekeringen, die afhankelijk zijn van en betrekking hebben op het verkrijgen van nieuwe of op verlenging van bestaande verzekeringscontracten. Onder acquisitiekosten worden begrepen provisies, reclame- en andere verkoopkosten. Aan derden betaalde provisies inzake verzekeringsproducten worden toegerekend aan de balans. De acquisitiekosten die aan de balans zijn toegerekend worden in mindering gebracht op de technische voorzieningen en in tien jaar afgeschreven ten laste van het resultaat. Het jaarlijks toe te rekenen bedrag wordt gesaldeerd met de in het jaar teruggevorderde retourprovisies. Acquisitiekosten worden aan de balans toegerekend voor zover zij kunnen worden terugverdiend uit het verwachte brutoresultaat van de onderliggende nieuwe productie van dat jaar. De afschrijvingsperiode wordt periodiek beoordeeld. Indien van toepassing wordt de afschrijvingslast aangepast aan de kortere afschrijvingsperiode. Voor 2021 is afschrijvingsperiode vastgesteld op 10 jaar (2020 10 jaar).

Als onderdeel van de toereikendheidstoets vindt jaarlijks een beoordeling van bijzondere waardevermindering plaats op de toegerekende acquisitiekosten, waarbij wordt vastgesteld of de toekomstige bijdrage uit de verzekeringsproducten voldoende is om de toegerekende kosten te kunnen dekken.

2.21 Personeelsbeloningen

Lonen, salarissen en sociale lasten zijn verwerkt in de resultatenrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers en de belastingautoriteiten.

2.22 Afschrijvingen op immateriële en vaste activa

Immateriële vaste activa en vaste bedrijfsmiddelen worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Op terreinen wordt niet afgeschreven.

Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de economische levensduur, worden de toekomstige afschrijvingen aangepast.

Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van materiële vaste activa worden verantwoord onder de bijzondere baten en lasten.

2.23 Overige baten en lasten

Dit zijn posten die voortvloeien uit de gewone bedrijfsuitoefening maar op grond van aard, de omvang, het incidentele karakter buiten het operationele resultaat worden gehouden. Dit met het doel om de analyse en de vergelijkbaarheid van het operationeel resultaat over de jaren heen te bevorderen.

2.24 Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de resultatenrekening, rekening houdend met fiscaal compensabele verliezen (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

3. Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode.

De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen, met uitzondering van deposito’s met een looptijd langer dan drie maanden. Kasstromen in vreemde valuta zijn omgerekend tegen de koersen per maandultimo.

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en huren, en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. De verkrijgingsprijs van een verworven groepsmaatschappij is opgenomen onder de kasstroom uit investeringsactiviteiten, voor zover betaling in geld heeft plaatsgevonden. De geldmiddelen die in de verworven groepsmaatschappij aanwezig zijn, zijn op de aankoopprijs in mindering gebracht.

Transacties waarbij geen instroom of uitstroom van kasmiddelen plaatsvindt, zijn niet in het kasstroomoverzicht opgenomen.

4. Risicoparagraaf

4.1 Solvabiliteitspositie

De solvabiliteitspositie van DELA Groep wordt op basis van het standaardmodel onder Solvency II bepaald. In de onderstaande figuur is de de solvabiliteitsratio van de afgelopen twee jaar weergegeven.

4.1.1 Ontwikkeling solvabiliteitspositie

De Solvency II-ratio is nagenoeg gelijk gebleven. Verschillende ontwikkelingen, zoals de overname van Yarden, het positieve beleggingsresultaat, de stijging van de rente maar ook een toename van de inflatie  hebben tegengestelde effecten en deze heffen elkaar nagenoeg op.  Uit stresstesten bleek dat de solvabiliteitspositie robuust is, maar dat  DELA gevoelig is voor scenario’s met een lage rente en een lage inflatie.

Ontwikkeling solvabiliteitskapitaalvereiste

De samenstelling van het kapitaalvereiste is in de onderstaande grafiek weergegeven.

Duidelijk is dat de verzekeringstechnische risico’s en de marktrisico’s voor DELA Groep de grootste risico’s zijn.

In vergelijking tot de cijfers ultimo 2020 zijn zowel de marktrisico’s als de verzekeringstechnische risico’s toegenomen. Dit komt in beginsel door een toename van zowel de verplichtingen als de beleggingen als gevolg van de overname van Yarden die zorgen voor een  toename van de risico’s in absolute zin.

Bij de verzekeringstechnische risico's komt de toename vooral door een toename van het vereiste kapitaal voor onnatuurlijk verval. Deze is significant gestegen doordat de premiemaatregel in waarde is gestegen als gevolg van  een toename van de inflatie in 2021. Door inflatie stijgt namelijk de basispremie waarover de premiemaatregel wordt berekend.  Bij onnatuurlijk verval zegt namelijk een deel van de leden zijn of haar polis op en komt een deel van de premiemaatregel te vervallen, dat zorgt voor een hoger vereist kapitaal.

Bij het marktrisico is het renterisico toegenomen en ook dat komt door de hogere waarde van de premiemaatregel. Bij een rentestijging verdwijnt een deel van deze waarde en daardoor is er meer kapitaal nodig voor renterisico.

4.1.2 Ontwikkeling kernvermogen

Ook het kernvermogen nam toe. Dit komt door de overname van Yarden. Het rendement op de beleggingen zorgde daarnaast eveneens voor een plus in het kernvermogen. De samenstelling van het kernvermogen is in de onderstaande grafiek weergegeven (bedragen in € miljoen).

4.2 Risicoprofiel

DELA staat bloot aan een groot palet van risico’s. In onderstaande figuur zijn de belangrijkste risicogebieden opgenomen waarbij een onderverdeling is gemaakt naar financiële, operationele, integriteits- en overige risico’s.  

De kleur van de cirkel geeft een inschatting van het risico, rekening houdend met alle (risicomitigerende) maatregelen zoals die binnen DELA Groep aanwezig zijn. De risico’s in de groene cirkel kennen een laag resterend risico, in de gele cirkel een midden resterend risico en in de rode cirkel een hoog resterend risico.  Het symbool achter de naam van het risico geeft aan of het resterende risico groter is geworden (driehoek met punt omhoog), gelijk is gebleven (cirkel) of is afgenomen (driehoek met punt omlaag) ten opzichte van het voorgaande jaar.

De verschillende risico’s alsmede relevante ontwikkelingen in 2021 worden in de onderstaande paragrafen nader toegelicht.

4.2.1 Marktrisico's

Het marktrisico is het risico op mogelijke verliezen door ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten. De waarde van de beleggingen en de waarde van de verplichtingen hangen af van de ontwikkelingen op de financiële markten, de samenstelling van de beleggingsportefeuille en de kenmerken van de verzekeringsverplichtingen.

DELA Groep heeft het marktrisico in belangrijke mate gemitigeerd door haar winstdelingsregeling en premiemaatregel, maar ook door derivaten waarmee een deel van het valutarisico gemitigeerd wordt. DELA Groep hanteert met betrekking tot haar beleggingsbeleid tevens het prudent person principe en elke drie jaar wordt een ALM-studie uitgevoerd om te toetsen of het beleggingsbeleid nog passend is.

In de onderstaande grafiek is de ontwikkeling van het marktrisico, gekwantificeerd op basis van het standaardmodel gepresenteerd (bedragen in € miljoen).

De financiële markten waren in 2021 (net als in 2020) nog steeds volatiel om verschillende redenen (o.a. COVID-19). Hoewel de rente ten opzichte van 2020 wel gestegen is blijft de rente absoluut gezien laag en blijft DELA hier gevoelig voor. Deze externe omstandigheden hebben in ieder geval geleid tot het ongewijzigd laten van de hogere risico-inschatting voor het marktrisico.

De belangrijkste ontwikkelingen met een impact op het kapitaalvereiste voor marktrisico’s in 2021 waren enerzijds de overname van Yarden waardoor de beleggingsportefeuille significant is toegenomen en anderzijds de toegenomen waarde van de premiemaatregel als gevolg van de gestegen inflatie. Daardoor zijn met name het rente- en aandelenrisico toegenomen.

4.2.2 Verzekeringstechnische risico's

Het verzekeringstechnisch risico is het risico dat de omvang en het tijdstip van uitkeringen niet overeenstemmen met de verwachtingen zoals opgenomen in de premiestelling. DELA Groep mitigeert het verzekeringstechnisch risico o.a. winstdelingsregeling en de premiemaatregel maar ook door herverzekering, (medische) acceptatie en het continu aandacht hebben voor de kosten ontwikkeling.

DELA Groep staat alleen bloot aan het levensverzekeringsrisico aangezien het alleen levensverzekeringen voert. De portefeuille van DELA Groep bestaat voor een belangrijk deel uit uitvaartverzekeringen. Hierbij worden aparte tarieven voor Nederland, België en Duitsland gebruikt. Deze tarieven zijn gebaseerd op de specifieke kenmerken en uitgangspunten (rekenrente, kosten, overlevingstafels) die in het betreffende land passend zijn. Jaarlijks wordt onderzocht of deze uitgangspunten passen bij de ontwikkeling van betreffende portefeuilles. De portefeuille is groot in aantal en omvang. Hierdoor is de kans op schommelingen in de resultaten beperkt. 

Daarnaast voert DELA Groep in Nederland en Duitsland een tijdelijke overlijdensrisicoverzekering. De verzekerde kapitalen zijn hierbij aanzienlijk hoger dan bij de uitvaartverzekeringen. Voor deze portefeuille wordt gebruik gemaakt van herverzekering om de volatiliteit van de resultaten te beperken.

Tot slot voert DELA Groep in Nederland een vermogensopbouwproduct. Het overlijdensrisico in deze portefeuille is beperkt tot 10% van de opgebouwde waarde.

In navolgende grafiek is de opbouw van het verzekeringstechnisch risico grafisch weergegeven (bedragen in € miljoen).

De overname van Yarden leidt ook tot een toename van de verzekeringstechnische risico’s welke gedeeltelijk wordt gemitigeerd door de toegenomen waarde van de premiemaatregel als gevolg van de gestegen inflatie.  Deze toegenomen waarde van de premiemaatregel zorgt daarentegen juist bij het onnatuurlijk verval risico tot een toename van dit risico. Dit wordt verklaard doordat bij een toename van het onnatuurlijk verval juist de premiemaatregel in waarde daalt en het mitigerende effect dus afneemt.

De daling van het kostenrisico wordt veroorzaakt doordat het structureel stijgen van de kosten in belangrijke mate wordt gecompenseerd door de toename van de waarde van de premiemaatregel.

4.2.3 Kredietrisico

Kredietrisico (ook wel: tegenpartijkredietrisico) is het risico dat verliezen optreden door een onverwacht in gebreke blijven of een onverwachte verslechtering van de kredietwaardigheid van de tegenpartijen en debiteuren van een verzekeraar. Dit betreft met name vorderingen inzake hypotheken, herverzekeraars, derivaten en overige vorderingen op debiteuren. Het kredietrisico is ten opzichte van 2020 beperkt gestegen.

4.2.4 Liquiditeitsrisico

Dit is het risico dat DELA Groep op enig moment niet aan haar financiële verplichtingen jegens polishouders of andere crediteuren kan voldoen omdat activa niet snel genoeg verhandeld kunnen worden. Het liquiditeitsrisico wordt binnen Solvency II niet in een kapitaalseis (SCR) uitgedrukt. DELA Groep dient voldoende liquiditeiten ter beschikking te hebben om claims uit te kunnen betalen die voortvloeien uit de gesloten verzekeringsovereenkomsten, maar ook om de overige jaarlijkse lasten te kunnen betalen. DELA Groep maakt gebruik van meerdere banken om over meerdere kredietfaciliteiten te kunnen beschikken. Daarnaast heeft DELA Groep ook kredietfaciliteiten bij de custodian van de aandelen en obligaties.

4.2.5 Operationele risico's

Naast de financiële risico’s kent DELA Groep ook operationele risico’s. Dit zijn risico’s die voortkomen uit invloeden van buitenaf, uit het falen van mensen, processen en systemen. Onderstaand wordt nader ingegaan op de belangrijkste operationele risicogebieden. 

Dit risicodomein is binnen DELA Groep opgebouwd uit de volgende sub risico’s:

4.2.5.1 Interne en externe fraude
Verliezen als gevolg van handelingen waarbij tenminste één interne partij betrokken is en waarmee wordt beoogd te frauderen, eigendommen te verduisteren of wet- en regelgeving of het ondernemingsbeleid te ontduiken of te omzeilen, met uitzondering van gebeurtenissen voortvloeiend uit ongelijkheid of discriminatie danwel verliezen als gevolg van door een derde partij gestelde handelingen met de bedoeling te frauderen, eigendommen te verduisteren of de wet te ontduiken.

4.2.5.2 Werkomstandigheden en veiligheid
Verliezen als gevolgen van handelingen die niet in overeenstemming zijn met wetgeving of overeenkomsten op het gebied van werkomstandigheden, gezondheid of veiligheid, als gevolg van de uitkering van schadevergoeding voor letsel, of als gevolg van gebeurtenissen in verband met ongelijkheid of discriminatie.

4.2.5.3 Fysieke activa
Verliezen als gevolg van verlies van of schade aan fysieke activa door natuurrampen of andere gebeurtenissen

4.2.5.4 Systeemfalen en procesmanagement
Verliezen als gevolg van een verstoring van bedrijfsactiviteiten of systeemfalen (met als belangrijke sub-thema’s cyberrisico’s en informatiebeveiliging), respectievelijk verliezen als gevolg van falende transactieverwerking of procesbeheer of als gevolg van relaties met handelspartners en verkopers.

DELA Groep schat de inherente risico’s op het vlak van procesmanagement en systeemfalen ‘midden’ in. Deze inschatting bleef in 2021 ongewijzigd t.o.v. 2020. De verbeterinitiatieven die binnen DELA opgestart waren, hebben geleid tot verbetering maar als gevolg van de overname van Yarden is er in de tweede helft van 2021 minder vooruitgang geboekt dan oorspronkelijk gepland. Daarnaast  is dit ook een domein dat binnen Yarden extra aandacht behoeft.

Operationele risico’s doen zich voor op alle niveaus binnen de organisatie. De beheersmaatregelen zijn derhalve ook vastgelegd in verschillende specifieke beleidsdocumenten, protocollen en procesbeschrijvingen. DELA Groep schat de inherente risico’s op het vlak van procesmanagement en systeemfalen ‘midden’ in. Deze inschatting bleef in 2021 ongewijzigd t.o.v. 2020. In 2021 hebben er diverse ontwikkelingen plaatsgevonden die tot een verbetering van de interne beheersing hebben geleid. De interne beheersing binnen Yarden is echter nog voor verbetering vatbaar en hier zal bij de integratie dan ook rekening mee gehouden dienen te worden.  Alles tegen elkaar afwegend leidt dit dan tot een gelijkblijvende risico-inschatting.

4.2.6 Integriteitsrisico's

Integriteitsrisico’s zijn het gevaar voor aantasting van de reputatie of bestaande of toekomstige bedreiging van vermogen of resultaat als gevolg van ontoereikende naleving van hetgeen bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is voorgeschreven. Binnen DELA Groep wordt dit risico in de basis gemonitord vanuit de compliance-functie op basis van de thema’s in de systematische integriteitsrisicoanalyse. Het resterende risico wordt derhalve als beperkt ervaren en DELA Groep is derhalve van mening dat hiervoor geen aanvullende kapitaal aangehouden hoeft te worden.

De thema’s in de systematische integriteitsrisicoanalyse zijn:

4.2.6.1 Organisatie en medewerkers integriteit
Organisatie integriteit heeft betrekking op de integriteit van de organisatie. Thema’s die hieronder vallen zijn bijvoorbeeld governance en uitbesteding. Medewerkers integriteit heeft betrekking op de integriteit van het bestuur, het interne toezichthoudende orgaan en de interne en externe medewerkers. Thema’s die hieronder vallen zijn bijvoorbeeld pre-employmentscreeningen en vakbekwaamheid of belangenverstrengeling.

4.2.6.2 Klant-keten integriteit
Dit betreft zowel de integriteit van de klanten als het integere gedrag van de organisatie richting deze klanten. Daarnaast betreft het de integriteit van de keten waarin de onderneming opereert. Thema’s die hieronder vallen zijn bijvoorbeeld zorgplicht en bestrijding witwassen en terrorismefinanciering.

4.2.6.3 Markt integriteit
Dit betreft de integriteit van de (financiële) markt(en). Mededinging en marktmisbruik maken onderdeel uit van dit domein.

4.2.6.4 Integriteit verwerking persoonsgegevens
Dit betreft de integriteit van de data die binnen DELA Groep gebruikt worden (denk aan bewerking en beveiliging van persoonsgegevens)

Ten aanzien van de integriteitsrisico’s geldt dat er in 2021 binnen DELA weer stappen zijn gezet om de restrisico’s te reduceren.  Als gevolg van de overname van Yarden medio 2021 en de verhoogde risico’s ten aanzien van de domeinen integriteit verwerking persoonsgegevens en klant-keten integriteit zoals die binnen Yarden van toepassing zijn, hebben wij het risicoprofiel vooralsnog ongewijzigd gelaten. In 2022, het jaar van de operationele integratie, zal vooral aandacht besteed worden aan de wijze waarop de integriteitsrisico worden meegenomen in de integratie. Voor de overige risicodomeinen is het algehele restrisico eveneens gelijk gebleven.

4.2.7 Risico’s welke geen onderdeel zijn van het standaardmodel

Naast de risico’s die in het standaardmodel mee worden genomen bij de vaststelling van de kapitaalvereisten zijn er nog verschillende andere risico’s die van belang zijn voor DELA Groep. In de onderstaande paragrafen worden deze nader toegelicht.

4.2.7.1 Strategische risico's
Dit zijn onzekerheden die een belemmering kunnen vormen voor de implementatie van de langetermijnstrategie. Deze risico’s kunnen de buitenlandse expansie of het handhaven van het businessmodel waarin het kunnen geven van winstdeling essentieel is, belemmeren. Deze risico’s worden vooral ondervangen door een gedegen strategieproces, begeleid door externe consultants, waarop de Raad van Commissarissen toezicht houdt. Bij de implementatie worden businesscases gehanteerd om de benodigde investeringen te toetsen en beheersbaar te houden. Daarnaast wordt in de jaarlijkse Own Risk and Solvency Assessment (ORSA) geanalyseerd welke risico’s een potentiële bedreiging vormen voor de continuïteit van DELA Groep. Indien nodig worden voorbereidende maatregelen getroffen of andere keuzes gemaakt. De belangrijkste randvoorwaarden en maatregelen zijn uitgewerkt in het kapitaalbeleid dat jaarlijks geëvalueerd wordt. Het restrisico wordt derhalve als beperkt ervaren en DELA is derhalve van mening dat hiervoor geen aanvullend kapitaal aangehouden hoeft te worden.

Als gevolg van externe omstandigheden, waaronder de belangrijkste de lage rente en de hieraan gekoppelde onzekerheden voor het businessmodel, is de risico inschatting voor dit risico wel verhoogd. Deze ontwikkelingen worden continu gemonitord en meegenomen in het lopende strategieproces.

4.2.7.2 Reputatierisico
Het reputatierisico is het risico op schade door reputatieverlies. Het reputatierisico wordt beheerst door het actief invulling geven aan reputatiemanagement, met als belangrijke pijler het incidentenmanagement. Hierbij worden mogelijke reputatierisico’s en de bijbehorende uitstralingseffecten tijdig geïdentificeerd en eventuele managementacties tijdig in gang gezet. Ook zijn de ondernemingscultuur en ‘tone at the top’ belangrijke pijlers om dit risico te mitigeren, ondersteund door opleidingsprogramma’s en de administratieve organisatie en interne beheersing. Het resterende risico wordt derhalve als beperkt ervaren en DELA Groep is derhalve van mening dat hiervoor geen aanvullende kapitaal aangehouden hoeft te worden.

4.2.7.3 Uitvaartkosteninflatierisico
Het standaardmodel bevat geen uitvaartkosteninflatierisico. Hoewel dit inflatierisico het risico van de polishouders is, is dit risico toch van belang aangezien een stijging van de uitvaartkosten direct leidt tot een premiestijging. DELA Groep streeft naar een goede dienstverlening aan leden tegen een zo laag mogelijke premie. In de ORSA wordt hier dan ook specifiek aandacht aan besteed. DELA Groep heeft in enige mate invloed op de ontwikkeling van de uitvaartkosteninflatie en volgt de ontwikkeling van de uitvaartkosteninflatie nauwgezet gedurende het jaar.

4.2.7.4 Klimaatrisico
Een risico dat steeds meer aandacht verdient, en krijgt, is het risico dat verbonden is aan klimaatwijzigingen. DELA Groep kan hier niet alleen direct mee geconfronteerd worden, maar ook indirect als gevolg van de blootstelling aan klimaatrisico’s van haar beleggingen. In 2021 is de impact van klimaatrisico’s wederom nader geanalyseerd in de ORSA. De risico’s die klimaatverandering met zich meebrengt zijn vooralsnog beperkt voor de dekkingsgraad, premiestijging en solvabiliteit. Bij de inprijzing van klimaat gerelateerde risico’s zien we dat de dekkingsgraad langer laag blijft en de premiestijging hoger is dan in het basisscenario. De solvabiliteit blijft in de verschillende klimaatscenario’s overeind.   

4.2.7.5 Integratierisico
Als gevolg van de overname van Yarden en de ambitie om de Yarden-organisatie te integreren in de DELA-organisatie is een nieuw risico ontstaan, zijnde het integratierisico.  Dit risico behelst onder andere het niet realiseren van de beoogde synergievoordelen, de personele integratie maar ook de operationele integratie waarbij de interne beheersingsstandaarden van DELA leidend zijn. Hoewel dit risico van tijdelijke aard is en onder andere wordt beheerst door een strakke projectorganisatie, wordt dit risico, mede door externe omstandigheden, zoals bijv. krapte op de arbeidsmarkt, als “midden” ingeschat.

4.2.7.6 Financiële verslaggevingsrisico
Daarnaast heeft DELA te maken met het financiële verslaggevingsrisico. Dit is het risico dat de financiële en niet-financiële rapportages van de onderneming substantieel onjuiste of onvolledige informatie bevatten. Tevens betreft dit het risico dat interne en externe belanghebbenden niet tijdig kennis kunnen nemen van de rapportages. Dit risico wordt binnen DELA Groep onder andere beheerst door maatregelen en procedures die in verschillende beleidsdocumenten ( o.a. het Beleid externe verslaglegging volgens de richtlijnen van de Jaarverslaggeving (RJ) en het Beleid inzake openbaarmaking SFCR en rapportages aan de toezichthouder)  zijn vastgelegd en in praktijk worden uitgevoerd.

5. Toelichting op de balans

5.1 Immateriële vaste activa

Immateriële vast activa, verloop

Bedragen x € 1.000

  Ref. 2021 2020    
           
Boekwaarde per 1 januari   85.916  79.932     
           
Investeringen   23.301  15.802     
Desinvesteringen   -5.344     
Afwaarderingen   -14.728  -2.240     
Verwerving als gevolg van acquisities   58.346  1.537     
Afschrijvingen   -6.551  -9.115     
           
Boekwaarde per 31 december   140.940  85.916     

Immateriële vaste activa, cumulatief

Bedragen x € 1.000

  Ref. 31-12-2021 31-12-2020    
           
Verkrijgingsprijzen   332.035  255.732     
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen   -191.095  -169.816     
         
Boekwaarde per 31 december   140.940  85.916 

Immateriële vaste activa, specificatie

Bedragen x € 1.000

  Goodwill Overgenomen verzekerings-portefeuilles Software-systemen Overig Totaal
           
Boekwaarde 31-12-2020 39.966  20.872  23.240  1.838  85.916 
           
Investeringen 594  19.604  3.103  23.301 
Desinvesteringen -5.344  -5.344 
Afwaarderingen -8.628  -6.100  -14.728 
Afschrijvingen -1.095  -2.023  -3.127  -306  -6.551 
Acquisities 58.155  191  58.346 
           
Boekwaarde 31-12-2021 92.276  10.221  33.808  4.635  140.940 

Bij de overname van Yarden Holding B.V. is een goodwill van € 58,2 miljoen ontstaan door hoofdzakelijk toekomstige verwachte voordelen op de verzekeringsactiviteiten. De afschrijvingsperiode voor de goodwill is daarom gelijkgesteld aan de looptijd van de verzekeringsportefeuille van Yarden en bedraagt 29,7 jaar.

In 2021 is besloten om de ontwikkeling van het nieuwe uitvaartadministratriesysteem te stoppen en daarmee alle capaciteit vrij te maken voor het verzekeringssysteem . Het reeds gerealiseerde deel vertegenwoordigt geen waarde, de totale geactiveerde kosten ter grootte van € 6,1 miljoen zijn daarom afgewaardeerd en volledig ten laste gebracht van het resultaat. 

In 2021 heeft een impairment plaatsgevonden op een overgenomen Belgische verzekeringsportefeuille. Dit heeft geresulteerd in een afwaardering van € 8,6 miljoen. Reden is dat het vereiste rendement op deze portefeuille is gestegen (combinatie stijgende kosten en dalend onnatuurlijk verval), waardoor het verwachte beleggingsrendement niet langer toereikend is.

In 2021 is het crematorium in Hasselt verkocht waardoor de goodwill (€ 5,3 miljoen) is afgeboekt.

Acquisities in goodwill hebben betrekking op de overname van Yarden.

In de rubriek Overig zijn concessies, vergunningen en overige immateriële vaste activa opgenomen. 

5.2 Beleggingen

DELA Groep beheert gesignaleerde risicoposities met behulp van periodieke Asset & Liability Management (ALM)–studies met het doel op de lange termijn beleggingsresultaten te realiseren die de interestverplichtingen uit hoofde van verzekeringscontracten en deposito's overtreffen en daarnaast de winstdelingambities waarmaken. De belangrijkste beleggingsdoelstelling in het verzekeringsbedrijf is de maximalisatie van het beleggingsrendement binnen het toegestane risicokader.

Onroerende zaken, verloop

Bedragen x € 1.000

  Ref. 2021 2020    
           
Boekwaarde per 1 januari   642.785  890.477     
           
Investeringen   18.764  13.454     
Herwaarderingen   -31.399  -85.645     
Desinvesteringen   -102.345  -175.501     
Verwerving als gevolg van acquisitie   144.832     
           
Boekwaarde per 31 december   672.637  642.785     
           
Verkrijgingsprijzen   445.674  384.423     
Cumulatieve waardemutaties   226.963  258.362     
           
Boekwaarde per 31 december   672.637  642.785     

Onroerende zaken betreffen investeringen in direct vastgoed. Op de balans van DELA Groep zijn geen vastgoedbeleggingen opgenomen vanuit operationele leasing waarbij DELA de lessee is. Om een betere geografische spreiding van vastgoedbeleggingen te bewerkstelligen zijn in 2020 en 2021 delen van de vastgoedportefeuille verkocht en is er geïnvesteerd in internationale vastgoedfondsen (beleggingscategorie: vastgoedfondsen). De waardering van het vastgoed (excl. crematoria) dat ultimo 2021 nog in de portefeuille zit, is in 2021 met circa 8% in waarde gedaald. De markthuur daalde voor deze assets met ongeveer 4%. Ultimo 2020 bedroeg de totale waarde van deze portefeuille nog 14,9 keer de markthuur. Ultimo 2021 is dat 14,3 keer. 

Over de desinvesteringen is een positief resultaat van € 1.305 gerealiseerd. Het verkoopresultaat wordt bepaald door het verschil tussen de netto verkoopopbrengst en de waardering op de balans per verkoopdatum.

Van de overige onroerende zaken bestaat € 1.235 uit activa die niet aan de bedrijfsactiviteiten dienstbaar zijn.

In het volgende overzicht is een verdeling van onroerende zaken naar soort weergegeven.

Onroerende zaken, specificatie

Bedragen x € 1.000

  Ref. 31-12-2021 31-12-2020    
           
Winkels (-/- milieuvoorziening)   260.172  360.560     
Woningen   18.298  44.000     
Crematoria   328.607  178.045     
Kantoren   35.890  35.045     
Parkeren   3.570  3.635     
Overig   26.100  21.500     
           
Totaal   672.637  642.785     

De beleggingen in winkels bestaan hoofdzakelijk uit winkelpanden op A-1 locaties en winkelcentra verspreid over Nederland.

Overige onroerende zaken hebben betrekking op DomusDELA Vastgoed, DomusDELA Klooster en buitengebruik gestelde uitvaartcentra. De fair value van DomusDELA vastgoed en Klooster worden de eerste 5 jaar gewaardeerd op basis van de stichtingskosten aangezien deze periode als opstartfase aangemerkt wordt.

Van de onroerende zaken had per 31-12 2021 € 10.770 betrekking op crematoria in ontwikkeling.

Onroerende zaken, bedragen in resultatenrekening

Bedragen x € 1.000

  Ref. 2021 2020    
           
Huurinkomsten   46.743  46.568     
Overige baten en lasten   -41.392  -82.355     
Exploitatiekosten   10.309  6.469     
           
Totaal   -4.958  -42.256     

De huurcontracten voor commercieel vastgoed worden opgesteld op basis van ROZ-model 2012. 89% van de contracten hebben een looptijd en worden automatisch verlengd, als er niet opgezegd wordt. 77% van de contracten met looptijd hebben een verlengingsregel van 5 jaar, overige hebben diverse looptijden (meestal 1 of 3 jaar). 11% van de contracten loopt voor onbepaalde tijd, op ieder moment opzegbaar met inachtneming van een opzegtermijn van een jaar. Er zijn geen koopopties opgenomen in de contracten.

De negatieve Overige baten en lasten komen voornamelijk voort uit een ongerealiseerde waardedaling van de onroerende zaken.

DELA Groep heeft aangaande leegstand een beperkte omvang aan exploitatiekosten.

Contractuele verplichtingen per balansdatum

Bedragen x € 1.000

  Ref. 31-12-2021 31-12-2020    
           
Voor nieuwbouw   5.353     
Voor herontwikkeling      
           
Totaal   5.353     

In de waardebepaling van onroerend zijn schattingen opgenomen. Daarom bestaat er een mate van onzekerheid in de waardering en dient er bij de waardering altijd met een bandbreedte rekening gehouden te worden. De nauwkeurigheid van een taxatie van een courant object geacht te liggen binnen een bandbreedte van 10% (+ / -) van de waarde. Hieronder wordt de waarderingsmethode per categorie onroerend goed toegelicht.

5.2.1 Waarderingsmethode van winkels, woningen, kantoren en parkeren

De waardering van de onroerende zaken wordt onder meer gebaseerd op beschikbare marktgegevens en wordt samengesteld door externe taxateurs. De taxaties worden uitgevoerd conform RICS Taxatiestandaarden en conform het reglement van de NRVT. Zowel de RICS Taxatiestandaarden als het reglement van de NRVT voldoen aan de “International Valuation Standards” en derhalve voldoen de taxaties hier ook aan. De methode is afhankelijk van het type vastgoed. In de vastgoedportefeuille is de BAR/NAR-methode, de huurwaardekapitalisatiemethode en de Discounted cashflow (DCF) methode gehanteerd. Minimaal één keer in de 3 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld door middel van een full valuation op basis van onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat. In de tussenliggende jaren wordt de waarde gebaseerd op een hertaxatie  die ook door de externe deskundigen wordt verricht. De gehele portefeuille is gewaardeerd door de externe taxateur CBRE . De  taxateur beschikt over een ISAE3402 type II verklaring. De verantwoordelijke taxateurs zijn ingeschreven bij het NRVT. De gehanteerde disconteringsvoet ligt tussen de 2% en 7%, afhankelijk van de gehanteerde risico-opslag die per complex wordt vastgesteld. De Gross initial yield ligt tussen 4,2% en 15,2%.  Indien er definitieve en onvoorwaardelijke overeenstemming is over de verkoop van een onroerende zaak wordt de onroerende zaak gewaardeerd tegen de overeengekomen koopsom.

5.2.2 Winkels

Voor het bepalen van de actuele waarde van de winkels zijn de volgende berekeningsmethoden gehanteerd: de huurwaardekapitalisatiemethode of de DCF-methode. De taxateur maakt een afweging met welke methode hij het best de waarde kan bepalen. Bij winkels wordt voornamelijk de huurwaardekapitalisatiemethode gehanteerd, bij winkelcentra voornamelijk de DCF-methode. Bij de huurwaardekapitalisatiemethode wordt de actuele waarde bepaald aan de hand van de brutomarkthuurwaarde van de verhuurbare vloeroppervlakten van de gebouwen en/of terreinen, verminderd met onroerende zaak gebonden zakelijke en andere lasten en gerelateerd aan een onder de huidige marktomstandigheden reëel geacht nettorendement.

5.2.3 Woningen

Voor de bepaling van de actuele waarde van de woningen wordt de DCF-methode gebruikt. Bij deze berekening wordt uitgegaan van een rendement gedurende een beschouwperiode van 10 jaar. De cashflows bestaan uit huurinkomsten verminderd met onroerende zaak gebonden zakelijke en andere lasten.

5.2.4 Crematoria

Crematoria worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum. Voor de bepaling van deze actuele waarde wordt bij crematoria ouder dan 5 jaar de DCF-methode en huurwaardekapitalisatiemethode gebruikt. De gehanteerde discount rates zijn marktconform en liggen tussen 7,9% en 9,8%. Minimaal één keer in de 5 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld.

De crematoria jonger dan 5 jaar worden gewaardeerd op basis van de stichtingskosten, aangezien deze periode als opstartfase aangemerkt wordt. Daarnaast wordt jaarlijks met een intern rekenmodel getoetst of er een bijzondere waardevermindering moet plaatsvinden.

Door het gebrek aan actuele transacties in de markt die gebruikt kunnen worden om het taxatieproces te valideren, heeft het taxeren van onroerende zaken een aanzienlijk verhoogde graad van onzekerheid. In geval er sprake is van verkooptransacties in de periode waarin de jaarrekening wordt opgemaakt waarbij er afwijkingen zijn tussen de verkoopwaarde en de taxatiewaarde, vindt waardering van de onroerende zaak plaats tegen de gerealiseerde verkoopwaarde. Verkoopresultaten en waardeveranderingen van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken worden verwerkt in de resultatenrekening. Via de resultatenrekening worden deze waardeveranderingen, mits deze (op pandniveau) cumulatief positief zijn, verwerkt in de herwaarderingsreserve waarbij met latente belastingen rekening wordt gehouden. Hierbij wordt rekening gehouden met de oorspronkelijke kostprijs waarbij geen correctie wordt gemaakt voor afschrijvingen.

5.2.5 Parkeren en kantoren

Voor parkeren (parkeergarages/-terreinen) en kantoren is het in de markt gangbaar om deze objecten te waarderen op basis van de inkomstenbenadering en de vergelijkingsmethodiek. Derhalve is de waardering tot stand gekomen door middel van een gecombineerde BAR/NAR-DCF rekenmethodiek.

Deelnemingen, specificatie

Bedragen x € 1.000

  Aandeel in geplaatst kapitaal 31-12-2021 31-12-2020    
           
- Société d'Étude et de Service pour la Crémation N.V., Rue des Nutons 329, Charleroi 35% 594  591     
- Stoppelenburg B.V., Populierenlaan 122a, Krimpen aan den IJssel 20% 658  572     
- Neo Joule B.V., Sintelstraat 27, Maasbracht 18% 1.400  700     
- The Right Meal B.V., Melkpad 49, Hilversum 18% 275  175     
- Salarise B.V., Hoofdstraat 244, Driebergen-Rijsenburg 25% 910     
- Jelsumerhof Beheer B.V., Sem Dresdenstraat 2A, Leeuwarden 25% 162     
- De Nederlandse Uitvaartmaatschappij B.V., Schiedamse Vest 154, Rotterdam 30%      
           
Totaal   3.999  2.038     

Deelnemingen, verloop

Bedragen x € 1.000

  Ref. 2021 2020    
           
Boekwaarde per 1 januari   2.038  2.882     
           
Verwerving als gevolg van acquisities   155  175     
Investeringen   1.793     
Resultaat deelneming   13  -745     
Desinvesteringen   -264     
Overige mutaties   -10     
           
Boekwaarde per 31 december   3.999  2.038     

Société d'Étude et de Service pour la Crémation N.V.
DELA Funerals Assistance 1 BVBA heeft een 35% belang in Société d'Étude et de Service pour la Crémation N.V., gevestigd te Charlerois.

Stoppelenburg B.V.
DELA Uitvaartverzorging N.V. heeft een 20% belang in Stoppelenburg B.V., een uitvaartonderneming gevestigd in Krimpen aan den IJssel.

Neo Joule B.V.
DELA Holding N.V. heeft een 18,42% belang in deelneming Neo Joule B.V., gevestigd in Maasbracht. Neo Joule B.V. is opgericht voor onderzoek naar andere crematiemethoden.

De Nederlandse Uitvaartmaatschappij B.V.
DELA Holding N.V. heeft een 30% belang in De Nederlandse Uitvaartmaatschappij B.V., gevestigd in Rotterdam. De Nederlandse Uitvaartmaatschappij bouwt een online platform waar vraag en aanbod van uitvaarten op een transparante manier worden samengebracht en exploiteert dit platform. In 2021 is deze entiteit wegens gebrek aan succes geliquideerd.

The Right Meal B.V.
DELA Natura en -levensverzekeringen N.V. heeft een 18,3% belang in The Right Meal B.V., gevestigd in Hilversum. The Right Meal B.V. biedt persoonlijk voedingsadvies en begeleiding afgestemd op ziekte en behandeling, smaak en leefsituatie.

Salarise B.V.
In 2021 heeft DELA Holding N.V. een 25% belang genomen in Salarise B.V., gevestigd in Driebergen-Rijsenburg. Salarise B.V. is een Peer-to-Peer leningsplatform, dat aantrekkelijke aflosbare leningen aanbiedt en oversluit voor mensen met een salaris in dienstverband. DELA Holding N.V. heeft opties om het belang in stappen uit te breiden naar 100%.

Jelsumerhof Beheer B.V.
Door de overname van Yarden heeft DELA Holding N.V. een 25% belang verkregen in Jelsumerhof Beheer B.V., gevestigd in Leeuwarden. Jelsumerhof Beheer B.V. is een uitvaartonderneming.

Overige financiële beleggingen, verloop

Bedragen x € 1.000

  Boekwaarde 31-12-2020 Aankopen Verkopen en aflossingen Herwaarde-ring en andere mutaties Boekwaarde 31-12-2021
           
Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 2.307.180  1.348.520  -1.112.201  425.414  2.968.913 
Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 1.764.186  1.388.028  -1.849.722  1.393.289  2.695.781 
Derivaten 35.815  -35.815 
Hypothecaire leningen 226.598  3.350  -37.348  -143  192.457 
Overige leningen 289.200  257.051  -195.485  8.902  359.668 
Vastgoedfondsen 828.988  359.103  -469  157.843  1.345.465 
Infrastructuurfondsen 435.522  68.061  -14.596  65.981  554.968 
Beleggingen in liquide middelen 47.497  -655  17.215  64.057 
Hypotheekfondsen 206.716  2.900  209.616 
Andere financiële beleggingen 12.515  228  -99  12.644 
     
Totaal 5.947.501  3.631.057  -3.210.476  2.035.487  8.403.569 

De beleggingen die zijn opgenomen vanuit de overnamebalans van Yarden zijn verantwoord onder de herwaarderingen en andere mutaties.

Aandelen en obligaties
Alle aandelen en obligaties zijn beursgenoteerd.

De modified duration is een maat voor de rentegevoeligheid. De modified duration van de obligaties en andere leningen bedraagt gemiddeld 8,0. De verplichtingen hebben een gemiddelde modified duration van 34,5.

Derivaten
Per 31 december 2021 zijn de derivaten (valutatermijn contracten) nog wel aanwezig, maar is de waarde negatief waardoor deze aan de passivazijde onder de kortlopende schulden zijn geclassificeerd.

Overige leningen
Per 31 december 2021 kent € 24,1 miljoen van de leningen een vast rentepercentage. In 2021 is een converteerbare lening met looptijd tot 1 juli 2024 aangegaan met Lightyear - Atlas Technologies B.V. ter grootte van € 20,0 miljoen met een rentepercentage van 6% per jaar. Er is bij deze lening zekerheid verworven middels pandrecht op de IP-portefeuille (octrooien en dergelijke). De embedded optie is uit voorzichtigheid op € 0 gewaardeerd. Dit omdat marktgegevens ontbreken en een optiewaarderingsmodel dermate veel onzekerheden en aannames bevat. 

Voor een andere lening (groot € 3,5 miljoen) is een zekerheid verworven middels pandrecht op alle uitstaande aandelen van de betreffende tegenpartij en een borgstelling ter hoogte van € 0,5 miljoen. 

Aandelen, geografisch verdeeld

    31-12-2021 31-12-2020    
           
Azië-Pacific   35,1% 37,4%    
Europa   29,7% 30,2%    
Noord-Amerika   32,4% 30,2%    
Latijns-Amerika   1,6% 1,4%    
Midden-Oosten   1,2% 0,8%    
       
Totaal   100,0% 100,0%    

Niet-afgedekte valutaposities

Bedragen x € 1.000

    31-12-2021 31-12-2020    
           
Amerikaanse dollar    343.411   413.311     
Hong Kong dollar    189.493   181.984     
Japanse yen    116.788   127.379     
Nieuwe Taiwanese dollar    108.403   57.420     
Zuid-Koreaanse won    106.871   92.631     
Engelse pond    95.307   83.413     
Zwitserse franc    69.690   49.003     
Indiase roepie    65.641   32.327     
Braziliaanse real    58.632   55.466     
Canadese dollar    48.485   35.714     
Chinese Yuan    46.566   35.401     
Zuid-Afrikaanse rand    46.133   40.048     
Australische dollar    46.057   33.686     
Overig    309.451   186.676     
           
Totaal    1.650.928   1.424.459     

De niet-afgedekte valutaposities van 2020 zijn gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening van 2020 aangezien deze niet juist weergegeven waren.

Aandelen, verdeling naar sector

    31-12-2021 31-12-2020    
           
Financiële instellingen   18,2% 14,8%    
Informatie Technologie   16,9% 15,5%    
Luxe consumentengoederen   13,0% 10,6%    
Industrie   10,8% 10,0%    
Gezondheidszorg   9,8% 7,6%    
Consumptiegoederen   7,7% 8,2%    
Communicatiediensten   7,2% 6,9%    
Grondstoffen   6,4% 2,8%    
Energie   3,9% 3,3%    
Vastgoed   3,6% 2,6%    
Nutsbedrijven   2,5% 0,0%    
           
Totaal   100,0% 100,0%    

Vastrentende waardepapieren, verdeling naar rating

Bedragen x € 1.000

    31-12-2021 31-12-2020    
           
AAA   13,9% 14,6%    
AA   7,3% 8,2%    
A   7,2% 9,3%    
BBB   17,0% 23,0%    
< BBB   23,2% 29,7%    
Overige   31,4% 15,2%    
         
Totaal   100,0% 100,0%    

Hypothecaire leningen
De hypothecaire leningen directe investeringen in hypotheken, allen met NHG verstrekt. De actuele waarde van de hypothecaire leningen bedragen € 224.159. De actuele waarde van de onderpanden op de hypothecaire leningen bedraagt € 384.194 per eind 2021. 

Derivaten
De reële waarde van openbaar verhandelde derivaten is gebaseerd op genoteerde biedprijzen voor gehouden activa of uit te geven verplichtingen en genoteerde laatprijzen voor te verwerven activa of gehouden verplichtingen.

De reële waarde van niet-openbaar verhandelde derivaten is afhankelijk van het type instrument en wordt gebaseerd op een contante-waardemodel of een optiewaarderingsmodel.

Vastgoedfondsen
De vastgoedfondsen zijn niet-beursgenoteerd. De waardering van de vastgoedfondsen betreft de reële waarde, waarbij de DCF-methode is gehanteerd. Deze waardering wordt van de fondsmanagers overgenomen en betreft de waarderingsmethode die ook gebruikt wordt bij het verhandelen van eigendomsstukken. De waardering voldoet aan algemene aanvaardbare waarderingsmethodes. Deze waardering wordt uitgevoerd door een externe taxateur/waardeerder. Van de meeste fondsen ontvangen wij een ISAE3402 Type II rapport of equivalent daarvan. De controleverklaring van de externe accountant bij de waardering of jaarrekening van de fondsen wordt voor een aantal fondsen pas ontvangen nadat de jaarrekening van DELA Groep is vastgesteld. Analyse heeft uitgewezen dat er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de door fondsmanagers verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij door het fonds gehouden investeringen.

Infrastructuurfondsen
De infrastructuurfondsen zijn niet-beursgenoteerd. De waardering van de infrastructuurfondsen betreft de reële waarde en wordt van de fondsmanagers overgenomen. Bij waardering van de infrastructuurfondsen is de DCF-methode gehanteerd. Bij de waardering van de fondsen worden de lokale boekhoudstandaarden gehanteerd. Vastgesteld is dat deze standaarden slechts marginaal van elkaar afwijken. De waardering wordt uitgevoerd door een bij voorkeur externe taxateur/waardeerder. We ontvangen van de meeste fondsen een ISAE3402 Type II rapport of equivalent daarvan. De controleverklaring van de externe accountant bij de waardering of jaarrekening van de fondsen wordt voor een aantal fondsen pas ontvangen nadat de jaarrekening van DELA Groep is vastgesteld. Analyse heeft uitgewezen dat er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de door fondsmanagers verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij door het fonds gehouden investeringen.

Hypotheekfondsen
Het hypothekenfonds is niet-beursgenoteerd en bestaat uit investeringen in niet-NHG hypotheken. De waardering van het hypothekenfonds betreft de reële waarde en wordt van de fondsmanagers overgenomen. Bij de waardering van het hypothekenfonds is de DCF-methode gehanteerd. Het fonds past lokale boekhoudstandaarden toe die door DELA geëvalueerd worden op toepasbaarheid binnen de DELA waarderingsgrondslagen. De waardering wordt intern uitgevoerd en getoetst door de externe accountant van het fonds. We ontvangen een ISAE3402  Type II rapport daarvan. De controleverklaring van de externe accountant bij de jaarrekening van het fonds wordt ontvangen voordat de jaarrekening van DELA Groep is vastgesteld. Analyse heeft uitgewezen dat er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de door fondsmanagers verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij door het fonds gehouden investeringen.

Beleggingen in liquide middelen
Beleggingen in liquide middelen hebben betrekking op vorderingen en schulden die direct verband houden met de beleggingsportefeuilles met een afgegeven mandaat aan de vermogensbeheerder. Het betreft met name geldposities in de verschillende FGR's (Fonds Gemene Rekening).

Overige financiële beleggingen
De onder de Overige financiële beleggingen opgenomen bedragen hebben betrekking op de kunstcollectie en belangen in niet beursgenoteerde participatiemaatschappijen. De marktwaarde van participatiemaatschappijen is gebaseerd op de DCF-methode. De kunstcollectie is tegen kostprijs of lagere marktwaarde gewaardeerd, deze bedraagt ultimo 2021 € 3,5 miljoen (2020: € 3,3 miljoen). 

Securities lending
DELA Groep leent aandelen en obligaties uit (securities lending). Om het risico voor DELA Groep te beperken, dienen de leners hiervoor onderpand (collateral) te storten. Hierbij is cash-collateral niet toegestaan en aan de lenende partijen worden strenge eisen gesteld. Om het risico verder te beperken worden de volgende aanvullende restricties opgelegd:

  • alleen tegenpartijen met een rating van minimaal A- volgens S&P;
  • onderpand alleen staatsobligaties van OECD-landen met een rating van minimaal AA- volgens S&P;
  • de marktwaarde van het onderpand dient minimaal 102% te bedragen van de marktwaarde van de uitgeleende effecten;
  • aandelen op onze engagement lijst worden niet uitgeleend. Engagement is het proces waarbij actief gebruik gemaakt wordt van rechten als aandeelhouder.

De marktwaarde van de uitgeleende stukken per 31-12-2021 bedraagt € 364,1 miljoen (2020: € 212,8 miljoen).

5.3 Vorderingen

Vorderingen, specificatie

Bedragen x € 1.000

  Ref. 31-12-2021 31-12-2020    
           
Latente belastingvorderingen   213.593  57.557     
Vennootschapsbelasting   43.255  9.023     
Belastingen en premies sociale verzekeringen   13.361  13.571     
Vordering op pensioenuitvoerder   45.485     
Leningen u/g bestuur   250  250     
Debiteuren   20.640  14.774     
Vorderingen uit verzekeren   2.580     
Overige vorderingen   7.125  43.849   
       
Totaal   300.804  184.509 

De overige vorderingen hebben een looptijd van korter dan een jaar, behalve de latente belastingvorderingen en de leningen u/g bestuur. De vordering op de pensioenuitvoerder heeft overwegend een lange-termijn karakter. Deze is ontstaan vanuit de afspraak tot bijstorting door DELA Groep om het overeengekomen beleggingsbeleid door de pensioenuitvoerder te garanderen. 

Latente belastingvorderingen, specificatie

Bedragen x € 1.000

  Ref. 31-12-2021 31-12-2020    
Inzake andere fiscale waardering van:          
- technische voorziening   138.482     
- eerste kosten   37.786  27.926     
- verliesverrekening voorgaande jaren   12.725  14.129     
- effecten   13.515  5.893     
- onroerende zaken   7.314  8.363     
- immateriële activa   3.197  684     
- overig   574  562   
       
Totaal   213.593  57.557 

De latente belastingvordering met betrekking tot technische voorziening is ontstaan door een verschil in waardering van de technische voorziening bij de overname van Yarden. Commercieel is de technische voorziening gewaardeerd tegen reële waarde, fiscaal is dit niet toegestaan.

De verliesverrekening voorgaande jaren heeft betrekking op de Belgische tak van de verzekeraar.

Van de totale latente belastingvorderingen wordt naar verwachting € 4.820 binnen één jaar verrekend.

Leningen u/g bestuur

De in artikel 2:383 lid 2 BW bedoelde hypothecaire lening aan een bestuurder bedraagt € 250 (2020: € 250). Van de lening aan de bestuurder is € 250 (2020: € 250) verstrekt tegen 3%. Deze lening moet door de betreffende bestuurder worden afgelost in het jaar waarin hij zijn functie neerlegt.
In het boekjaar vond er geen aflossing plaats.

5.4 Overige activa

Onroerende zaken in eigen gebruik, verloop

Bedragen x € 1.000

    2021 2020    
           
Boekwaarde per 1 januari   68.808  69.176     
           
Investeringen   7.506  3.567     
Herwaarderingen   -119  191     
Verwerving als gevolg van acquisitie   28.894  2.355     
Desinvesteringen   -594  -1.588     
Afschrijvingen   -4.997  -4.893     
Overige mutaties   82       
         
Boekwaarde per 31 december   99.580  68.808     
           
Aanschafwaarde   207.525  171.637     
Afwaarderingen   -975  -856     
Cumulatieve afschrijvingen   -106.970  -101.973     
       
Boekwaarde per 31 december   99.580  68.808     

Over de desinvesteringen is een boekverlies van € 101 gerealiseerd (2020: boekwinst € 177).

Overige vaste bedrijfsmiddelen, verloop

Bedragen x € 1.000

    2021 2020    
           
Boekwaarde per 1 januari   26.932  31.187     
           
Investeringen   4.246  3.742     
Verwerving als gevolg van acquisities   2.314  136   
Desinvesteringen   -949  -1.734 
Afschrijvingen   -6.345  -6.399     
       
Boekwaarde per 31 december   26.198  26.932     
           
Aanschafwaarde   156.777  151.166     
Cumulatieve afschrijvingen   -130.579  -124.234     
       
Boekwaarde per 31 december   26.198  26.932     

Over de desinvesteringen is een boekverlies van € 3 gerealiseerd (2020: boekverlies € 15).

5.5 Groepsvermogen

Groepsvermogen, verloop

Bedragen x € 1.000

    2021  2020     
           
Boekwaarde per 1 januari   1.343.251  1.433.623     
           
Resultaat na belastingen   434.881  -90.106     
Overige waardemutaties   281  -266   
   
Boekwaarde per 31 december   1.778.413  1.343.251     

Het totaalresultaat over het boekjaar bedraagt € 435.162.

5.6 Aandeel derden

Aandeel derden, verloop

Bedragen x € 1.000

    2021  2020     
           
Boekwaarde per 1 januari   3.211  3.268     
           
Resultaat na belastingen   -195  -189     
Overige mutaties   213  132   
   
Boekwaarde per 31 december   3.229  3.211     

5.7 Solvabiliteit

DELA Groep bepaalt de solvabiliteit op basis van Solvency II. Dat zijn Europese rekenregels waarbij voor het bepalen van de solvabiliteit rekening wordt gehouden met de risico’s die in de balans van de verzekeraar zijn opgenomen. DELA Groep hanteert het zogeheten standaardmodel Solvency II voor haar berekeningen. Hierbij wordt uitgegaan van de door de Europese toezichthouder EIOPA gepubliceerde rentetermijnstructuur (inclusief Ultimate Forward Rate) per ultimo 2021. Het minimaal noodzakelijk geachte solvabiliteitspercentage is vastgesteld op 150%.

Solvabiliteit (op basis van Solvency II richtlijnen)

Bedragen x € 1.000

    31-12-2021 31-12-2020    
           
Vereiste solvabiliteit   1.048.411  763.959     
Aanwezige solvabiliteit   2.793.385  2.065.936     
Solvabiliteitsratio   266% 270%    

De Solvency II-ratio is nagenoeg gelijk gebleven. Verschillende ontwikkelingen, zoals de overname van Yarden, het positieve beleggingsresultaat, de stijging van de rente maar ook een toename van de inflatie  hebben tegengestelde effecten en deze heffen elkaar nagenoeg op.

Voor een nadere toelichting op de totstandkoming van de solvabiliteitsratio's wordt verwezen naar de  SFCR-rapportage (solvabiliteit en financiële toestand) die opgenomen is op de website van DELA.

5.8 Voorzieningen

Voorzieningen, verloop

Bedragen x € 1.000

  Boekwaarde 31-12-2020 Dotatie Onttrekking Overige waardemutaties Boekwaarde 31-12-2021
           
Voorziening latente belastingverplichtingen 266.306  42.224  -19.681  116.620  405.469 
Voorziening pensioenen 66  66 
Voorziening ambtsjubilea 1.554  43  -63  221  1.755 
Voorziening reorganisatie 12.625  12.625 
Overige voorzieningen 101  -101  563  563 
 
Totaal 267.961  42.267  -19.845  130.095  420.478 

De voorzieningen hebben een overwegend langlopend karakter.

Uitzondering daarop betreft de reorganisatievoorziening in 2021 die is gevormd als gevolg van de overname van Yarden. Deze voorziening heeft een overwegend kortlopend karakter.

Latente belastingen, specificatie

Bedragen x € 1.000

    31-12-2021 31-12-2020    
Inzake andere fiscale waardering van:          
- onroerende zaken   160.253  108.584     
- eerste kosten België   14.546  13.681     
- effecten   223.021  139.319     
- overig   7.649  4.722     
       
Totaal   405.469  266.306     

5.9 Technische voorzieningen

Technische voorzieningen, specificatie

Bedragen x € 1.000

    31-12-2021 31-12-2020    
           
Bruto technische voorzieningen   7.292.420  5.260.601     
Herverzekeringsdeel   -23.630  -21.967     
Overrentedeling   140     
Toegerekende acquisitiekosten   -96.478  -84.056     
       
Totaal   7.172.312  5.154.718     

Overrentedeling is dat de polishouder meedeelt in het beleggingrendement dat de verzekeraar behaalt, wanneer en voor zover het rendement hoger is dan de rekenrente van de polis.

Technische voorziening, verloop

Bedragen x € 1.000

    2021  2020     
           
Boekwaarde per 1 januari   5.154.718  4.869.891     
           
- Uit premies   462.962  397.501     
- Interest   160.075  145.924     
- Winstdeling   5.844  43.228     
- Uitkeringen   -166.418  -147.491     
- Deelpremie voor overlijden   -151.533  -135.873     
- Onttrekking voor kosten   -13.477  -8.107     
- Correctie voorgaande jaren   1.928     
- Overige mutaties   -3.308  -1.152     
- Toegerekende acquisitiekosten   -12.421  -11.131     
- Acquisitie   1.735.870     
       
Boekwaarde per 31 december   7.172.312  5.154.718     

Nagenoeg de totale technische voorziening is als langlopend te beschouwen. De indexatievoorziening en de voorziening voor compensatie indexatietekort pakketpolissen maken onderdeel uit van de technische voorziening. De waarde van deze voorzieningen bedragen per 31 december 2021 € 57,7 miljoen en € 22,4 miljoen. 

Het aandeel van herverzekeraars in de technische voorzieningen en de uitkeringen waartoe DELA Groep uit hoofde van haar herverzekeringscontracten gerechtigd is, worden in mindering gebracht op de bruto technische voorzieningen.

De voorzieningen voor het levenrisico zijn in beginsel gebaseerd op tariefgrondslagen en dat zijn doorgaans bevolkingsterfetafels, een vaste rekenrente en kostenparameters voor eerste en doorlopende kosten.

Financiële grootheden levensverzekeringen

Bedragen x € 1.000 (m.u.v. aantal verzekerden)

31-12-2021 Jaarpremie Verzekerd kapitaal Opgebouwd saldo Voorziening verzekerings-verplichtingen Aantal verzekerden
           
Uitvaartverzekering 520.610  26.807.901  6.806.756  4.881.135 
Spaarverzekering 41.113  440.148  400.194  400.194  52.262 
Overlijdensrisicoverzekering 53.438  41.429.648  85.469  366.694 
Herverzekering -23.630 
Overrentedeling
Toegerekende acquisitiekosten -96.478 
           
Totaal 615.161  68.677.697  400.194  7.172.312  5.300.091 

De toename bij uitvaartverzekeringen is voornamelijk het gevolg van de overname van Yarden. De toename van het verzekerd kapitaal van overlijdensrisicoverzekeringen komt met name voort uit de groeiende portefeuille in Duitsland.

31-12-2020 Jaarpremie Verzekerd kapitaal Opgebouwd saldo Voorziening verzekerings-verplichtingen Aantal verzekerden
           
Uitvaartverzekering 420.468  21.415.347  4.866.441  3.855.034 
Spaarverzekering 37.062  359.098  326.453  326.453  47.463 
Overlijdensrisicoverzekering 49.588  36.066.955  67.707  347.703 
Herverzekering -21.967 
Overrentedeling 140 
Toegerekende acquisitiekosten -84.056 
           
Totaal 507.118  57.841.400  326.453  5.154.718  4.250.200 

Toegerekende acquisitiekosten, verloop

Bedragen x € 1.000

    2021  2020     
           
Boekwaarde per 1 januari   84.057  72.926     
           
Toegerekend   26.157  23.096     
Afgeschreven   -13.736  -11.966     
       
Boekwaarde per 31 december   96.478  84.056     

Toerekening van acquisitiekosten aan de balans heeft betrekking op betaalde provisies in België en Duitsland. Voor de Nederlandse verzekeringsportefeuille vindt alleen nog afschrijving plaats op betaalde provisie voor 1 januari 2013. In Duitsland zijn de provisiekosten gestegen door een groeiende verzekeringsportefeuille.

5.10 Toereikendheidstoets

De toereikendheidstoets betreft een toets van de technische voorziening waarbij wordt aangetoond dat deze toereikend is om met een grote mate van zekerheid aan de verplichtingen jegens polishouders te kunnen voldoen. De toets houdt in dat de balansvoorziening verminderd met hiermee verband houdende toegerekende acquisitiekosten en immateriële activa wordt vergeleken met een voorziening die rekening houdt met actuele inschattingen van alle toekomstige kasstromen en met toekomstige ontwikkelingen. In deze kasstromen is de winstdeling en premiemaatregel begrepen. Bij deze actuele schatting zijn onzekerheidsmarges in acht genomen zoals voorgeschreven in Richtlijn 605 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

Indien deze actuele schatting lager uitkomt dan de aanwezige technische voorziening, kan gesteld worden dat de aanwezige balansvoorziening toereikend is om de toekomstige verplichtingen jegens de polishouders te voldoen.

Jaarlijks wordt deze toereikendheidstoets op de totale portefeuille verzekeringsverplichtingen uitgevoerd. Een eventueel tekort wordt onmiddellijk ten laste van de resultatenrekening gebracht door in eerste instantie de toekomstige winstmarges in overgenomen portefeuilles af te boeken, eventueel gevolgd door een afboeking van de toegerekende acquisitiekosten en vervolgens voor zover noodzakelijk een aanvullende voorziening te treffen. Afboekingen op toegerekende acquisitiekosten of toekomstige winstmarges in overgenomen portefeuilles als gevolg van deze toets worden in latere jaren niet meer teruggenomen. In het verleden zijn er geen afboekingen geweest.

Veronderstellingen toereikendheidstoets

Disconteringsvoet Gebaseerd op door EIOPA gepubliceerde rentetermijnstructuur, waarbij rekening is gehouden met de Ultimate Forward Rate (UFR) per 31 december 2021.
Winstdeling Er is sprake van volledige winstdeling indien de dekkingsgraad, ofwel de marktwaarde van de beleggingen uitgedrukt in procenten van de marktwaarde van de reeds toegekende verplichtingen, hoger is dan 210%. Indien de dekkingsgraad 120% of lager is, dan is er geen winstdeling. Tussen 120% en 210% is de winstdeling naar evenredigheid.
Premiemaatregel Indien zowel de 20-jaars swaprente volgens de hierboven omschreven rentetermijnstructuur lager is dan 1% en als de dekkingsgraad lager is dan 120%, wordt er een extra premieverhoging gevraagd. De extra premieverhoging bereikt de maximale waarde bij een rente van -1%
Verwachte sterfte Gebaseerd op de prognosetafel 2020 van het Koninklijk Actuarieel Genootschap voor Nederland, de prognosetafel 2020 van het Instituut van de Actuarissen in België voor België en de sterftetafel 2008T van de Deutschen Aktuarvereinigung voor Duitsland. De sterftekansen uit deze bevolkingstafels zijn gecorrigeerd op basis van portefeuillestatistieken
Onnatuurlijk verval Ervaringskansen per homogene risicogroep op basis van de eigen portefeuille
Kosten De kosten per dekking zijn voor zowel Nederland als België bepaald op basis van de begroting 2022 en beleggingskosten die passen bij de verwachte beleggingsmix in 2022
Garanties Reële waarde

Het totaal van de technische voorzieningen laat bij de uitgevoerde toereikendheidstoetsen op marktwaarde een overwaarde van € 1.651 miljoen (2020: € 1.156 miljoen) zien. De effecten van de overname van Yarden zorgen voor de stijging in overwaarde ten opzichte van 2020. De uitkomsten van de toereikendheidstoets zijn op het niveau van DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. (inclusief het Belgische en Duitse bijkantoor) uitgevoerd. Daarbij is ingeschat dat de hogere sterfte als gevolg van COVID-19 tijdelijk van aard is, we verwachten geen structureel hogere of lagere sterfte. De impact van COVID-19 op de toereikendheidstoets is daarom niet significant.

5.11 Langlopende schulden

Langlopende schulden, specificatie

Bedragen x € 1.000

    31-12-2021 31-12-2020    
           
Depot herverzekeraars   17.359  16.179     
Depositofonds   141.548  137.111     
Geldleningen o/g extern lang   12.332  10.008     
           
Langlopende schulden   171.239  163.298     
5.11.1 Depot herverzekeraars

De hierboven opgenomen schulden aan herverzekeraars maken deel uit van een arrangement en hebben een langlopend karakter. De herverzekeraars zijn verplicht het herverzekerd belang in contanten bij de verzekeraars van DELA Groep te deponeren. Over het depot wordt een rente vergoed van 3% tot 4,5% per jaar (2020: 3% tot 4,5%).

Depot herverzekeraars, verloop

Bedragen x € 1.000

    2021  2020     
           
Stand per 1 januari   16.179  15.039     
           
Ontvangen stortingen   1.180  1.140     
           
Boekwaarde per 31 december   17.359  16.179     
5.11.2 Depositofonds

Dit betreft stortingen door cliënten ten behoeve van de toekomstige verzorging van de uitvaart. Deze deposito’s worden uitgekeerd bij overlijden. Hierdoor heeft deze post een overwegend langlopend karakter.

Schulden uit hoofde van het depositofonds, verloop

Bedragen x € 1.000

    2021  2020     
           
Stand per 1 januari   137.111  135.590     
           
Bijgeschreven rente   3.549  3.374     
Ontvangen stortingen   3.784  3.266     
Afkopen   -1.139     
Verwerving als gevolg van acquisities   7.419     
Uitkeringen   -9.176  -5.119     
           
Boekwaarde per 31 december   141.548  137.111     

De rentevergoeding over het DELA depositofonds wordt jaarlijks gebaseerd op de ECB-depositorente per 31 december van het betreffende jaar plus 0,75 procent, met een minimumvergoeding van 1,5% tot 3,0% per jaar afhankelijk van ingangsdatum en het ingelegde bedrag.

Vanuit de overname van Yarden in 2021 is ook een depositofonds overgenomen (verantwoord onder 'Verwerving als gevolg van acquisitie'). De rentevergoeding voor deze deposito's bedroeg in 2021 0,01%.

5.11.3 Geldleningen

Het betreft leningen die door dochterondernemingen aangegaan zijn. De van toepassing zijnde rentepercentages variëren van 1% tot 2%.

Geldleningen, verloop

Bedragen x € 1.000

    2021  2020     
           
Stand per 1 januari   10.008  5.379     
           
Nieuwe leningen   5.167     
Verwerving als gevolg van acquisities   25.508   
Aflossingen   -23.184  -538     
       
Boekwaarde per 31 december   12.332  10.008     

Van de geldleningen heeft € 441 een looptijd korter dan een jaar, € 1.870 een looptijd tussen 1 en 5 jaar en € 10.021 een looptijd langer dan 5 jaar.

5.12 Kortlopende schulden

Kortlopende schulden, specificatie

Bedragen x € 1.000

    31-12-2021 31-12-2020    
           
Vooruitontvangen premies   68.012  65.569     
Crediteuren   23.732  14.307     
Vennootschapsbelasting   103.714  34.359     
Overige belastingen en sociale lasten   13.316  7.994     
Nog te betalen uitkeringen   58.347  36.560   
Kortlopend deel langlopende schulden   72  496 
Afgeleide financiële instrumenten   40.841     
Overige schulden en overlopende passiva   40.343  28.082     
           
Boekwaarde per 31 december   348.377  187.367     
5.12.1 Afgeleide financiële instrumenten

Onder afgeleide financiële instrumenten zijn valutatermijncontracten opgenomen. Deze zijn niet beursgenoteerd. Waardering vindt plaats op basis van de ‘mark-to-model’ benadering. De gemiddelde resterende looptijd van deze contracten bedraagt 2 maanden.

5.12.2 Grafonderhoud (begrepen in de post Overige schulden en overlopende passiva)

De overlopende post (groot € 6.792) wordt bepaald op basis van de vooruitontvangen opbrengsten uit hoofde van afgesloten onderhoudsovereenkomsten inzake het onderhoud van grafmonumenten en het verwachte toekomstige verlies van de op balansdatum afgesloten onderhoudscontracten. Oude contracten worden gedurende een looptijd van 15 jaar lineair afgeschreven. Nieuwe contracten worden afgeschreven in overeenstemming met de looptijd van het contract.

5.13 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

5.13.1 Aansprakelijkheidsstelling

Door DELA Coöperatie is ten behoeve van de meeste in de consolidatie betrokken dochterondernemingen een aansprakelijkheidsstelling afgegeven zoals bedoeld in artikel 2:403 BW. De betreffende dochterondernemingen zijn opgenomen in paragraaf 1.2.

5.13.2 Garantiestelling terrorisme

Uit hoofde van het deelnemen in de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden N.V. bestaat een voorwaardelijke verplichting van terreurschaden voor een bedrag van maximaal € 2,0 mln. Er heeft zich in het boekjaar geen terreurschade binnen deze overeenkomst voorgedaan.

5.13.3 Bankgaranties

Binnen DELA Groep zijn in totaal voor € 0,2 miljoen aan bankgaranties afgegeven. Hoofdzakelijk zijn deze afgegeven bij huurcontracten met externe partijen.

(Meerjarige) financiële verplichtingen

Bedragen x € 1.000

  Korter dan één jaar Tussen één en vijf jaar Langer dan vijf jaar    
           
Huurverplichtingen 5.257  17.784  8.971     
Leaseverplichtingen 4.423  7.988     
5.13.4 Kredietfaciliteiten

DELA Groep heeft een kredietfaciliteit bij Northern Trust met een maximum van € 100 miljoen of 10% van de waarde van de effecten die in bewaring liggen van de kredietverstrekker. Het onderpand bestaat uit de effecten die bij Northern Trust in bewaring liggen. Het verschuldigde rentepercentage bedraagt het EONIA-rentetarief (vanaf 1-1-2022 ESTER-rentetarief) plus een opslag van 1,25%.

DELA Groep heeft een kredietfaciliteit bij Rabobank met een maximum van € 4 miljoen. Het verschuldigde rentepercentage bedraagt het EONIA-rentetarief plus een opslag van 1,6%.

5.13.5 Investeringsverplichting

DELA Groep is in 2021 met diverse tegenpartijen overeengekomen om € 50 miljoen en $ 662 miljoen (per balansdatum omgerekend € 582 miljoen) te investeren in vastgoedfondsen. Ultimo 2021 zijn de totale resterende investeringsverplichtingen € 57 miljoen en $ 545 miljoen (per balansdatum omgerekend € 479 miljoen).

Daarnaast is DELA Groep in 2021 met diverse tegenpartijen overeengekomen om € 165 miljoen en $ 180 miljoen (per balansdatum omgerekend € 158 miljoen) te investeren in infrastructuurfondsen. Ultimo 2021 zijn de resterende investeringsverplichtingen € 204 miljoen en $ 303 miljoen (per balansdatum omgerekend € 266 miljoen).

In 2021 is DELA Groep overeengekomen om € 250 miljoen te investeren in ASR Hypotheekfonds. Ultimo 2021 is de resterende investeringsverplichting € 44 miljoen.

Tenslotte is DELA Groep in 2021 met diverse tegenpartijen overeengekomen om € 100 miljoen en $ 115 miljoen (per balansdatum omgerekend € 101 miljoen) te investeren in land- en bosbouwfondsen. Deze verplichtingen staan eind 2021 nog open.

5.13.6 Toekomstige contractuele huurinkomsten

DELA Groep heeft uit hoofde van lopende huurovereenkomsten recht op toekomstige huuropbrengsten.

Toekomstige contractuele huurinkomsten

Bedragen x € 1.000

  Korter dan één jaar Tussen één en vijf jaar Langer dan vijf jaar    
           
Huurinkomsten 20.514  42.364  3.991     
5.13.7 Fiscale eenheid

Binnen DELA Groep zijn fiscale eenheden opgericht voor de vennootschapsbelasting (VPB) en voor de omzetbelasting (OB) in zowel Nederland als België. Iedere vennootschap binnen de fiscale eenheid is hoofdelijk aansprakelijk voor de verschuldigde belastingen. In de tabel hieronder wordt de samenstelling van deze fiscale eenheden weergegeven:

Samenstelling fiscale eenheden

  VPB Nederland OB Nederland VPB België (eerste kring) VPB België (tweede kring) OB België
           
DELA Coöperatie U.A. Ja Ja Nee Nee Nee
DELA Holding N.V. Ja Ja Nee Nee Nee
DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. Ja Ja Nee Nee Nee
DELA Vastgoedmanagement B.V. Ja Ja Nee Nee Nee
DELA Vastgoed B.V. Ja Ja Nee Nee Nee
DELA Hypotheken B.V. Ja Ja Nee Nee Nee
DELA Crematoria Groep B.V. Ja Ja Nee Nee Nee
AB Crematorium DELA B.V. Ja Ja Nee Nee Nee
DomusDELA Vastgoed B.V. Ja Ja Nee Nee Nee
DomusDELA Klooster B.V. Ja Ja Nee Nee Nee
DomusDELA Exploitatie B.V. Ja Ja Nee Nee Nee
DELA Uitvaartverzorging N.V. Ja Ja Nee Nee Nee
DELA Depositofonds B.V. Ja Ja Nee Nee Nee
DELA US Investments B.V. Ja Ja Nee Nee Nee
Begraafbeheer B.V. Ja Ja Nee Nee Nee
DELA Depositary & Asset Management B.V. Ja Ja Nee Nee Nee
Yarden Holding B.V. Ja Ja Nee Nee Nee
Yarden Uitvaartzorg B.V. Ja Ja Nee Nee Nee
Yarden Franchise B.V. Ja Ja Nee Nee Nee
Yarden Depositofonds B.V. Ja Ja Nee Nee Nee
Yarden Uitvaartfaciliteiten B.V Ja Ja Nee Nee Nee
Yarden Vastgoed B.V. Ja Ja Nee Nee Nee
Yarden Vastgoed II B.V. Ja Ja Nee Nee Nee
UNC Holding B.V. Nee Nee Nee Nee Nee
La Grande Suisse B.V. Nee Nee Nee Nee Nee
Exploitatie crematorium La Grande Suisse B.V. Nee Nee Nee Nee Nee
Beheer & Exploitatie Crematoria Holding B.V. Nee Nee Nee Nee Nee
Crematoria Vastgoed B.V. Nee Nee Nee Nee Nee
Fellow B.V. Nee Nee Nee Nee Nee
Begraafplaatsen & Crematorium Almere B.V Nee Nee Nee Nee Nee
Exploitatie Maatschappij Yarden - Eefting B.V. Nee Nee Nee Nee Nee
Uitvaartcentrum Zwolle B.V. Nee Nee Nee Nee Nee
Sassen/Dielemans B.V Nee Nee Nee Nee Nee
Tempero B.V. Nee Nee Nee Nee Nee
C.V.U. Uitvaartzorg B.V. Nee Nee Nee Nee Nee
DELA Holding Belgium NV Nee Nee Nee Ja Ja
Crematorium Brugge N.V. Nee Nee Nee Ja Ja
Crematorium Vilvoorde N.V. Nee Nee Nee Ja Ja
Hainaut Crémation SA Nee Nee Nee Nee Ja
DELA Funerals BVBA Nee Nee Nee Nee Ja
DELA Funerals Assistance 1 BVBA Nee Nee Nee Nee Ja
DELA Natura-en levensverzekeringen N.V. filiaal België Nee Nee Ja Nee Ja
DELA Vastgoed België N.V. Nee Nee Nee Nee Ja
DELA Enterprise N.V. Nee Nee Ja Nee Ja
DELA Investment Belgium N.V. Nee Nee Nee Nee Nee

5.14 Gebeurtenissen na balansdatum

Sinds 24 februari 2022 is Rusland Oekraïne binnengevallen. Een groot aantal landen heeft de invasie veroordeeld en sancties tegen Rusland en Belarus afgekondigd. DELA Groep geeft uiteraard zorgvuldig uitvoering aan de sanctiewetgeving. De financiële gevolgen hiervan (binnen de beleggingsactiviteiten) zijn als volgt: 

  • Binnen DELA is besloten is om Rusland op de uitsluitingenlijst van de beleggingen te zetten en deze beleggingen te verkopen. Per 23 februari 2022 (dag vóór de invasie) had DELA Groep voor € 57,0 miljoen aan beleggingen in Rusland. De totale blootstelling vertegenwoordigde op dat moment ongeveer dan 0,7% van het totale belegd vermogen;
  • De waarde van de beleggingen in Oekraïne bedroeg per 23 februari 2022 € 8,4 miljoen, wat neerkomt op ongeveer 0,1% van het totale belegd vermogen;
  • De beleggingen in zowel Rusland als in Oekraïne kenden tussen de periode van 31 december 2021 en 23 februari 2022 geen materiële waardedaling;
  • Binnen de vastgoedportefeuille worden maatregelen getroffen bij een bekende winkelketen, die bij ons retailvastgoed (2 locaties) huurt en gedeeltelijk eigendom is van een persoon die op de sanctielijst staat. In eerste instantie wordt verzocht aan de huurder om een vrijwillige sluiting en anders worden juridische stappen ondernemen.

6. Toelichting op de resultatenrekening

Algemeen

In boekjaar 2021 is Yarden Holding N.V. overgenomen door de DELA Groep. Deze overname zorgt bij nagenoeg alle posten voor grote mutaties ten opzichte van de vergelijkende cijfers. Als een mutatie als oorzaak de overname van Yarden betreft, dan wordt dit niet meer afzonderlijk toegelicht bij de betreffende rubriek. 

6.1 Opbrengsten

Opbrengsten, specificatie

Bedragen x € 1.000

      2021    2020 
           
Premieopbrengsten          
Premieopbrengsten Nederland   434.518    377.563   
Premieopbrengsten België   136.258    128.763   
Premieopbrengsten Duitsland   21.696    10.466   
      592.472    516.792 
Omzet uitvaartbedrijf          
Omzet uitvaartbedrijf Nederland   258.431    206.656   
Omzet uitvaartbedrijf België   59.292    60.977   
    317.723    267.633   
Interne omzet     -161.202    -153.426 
      156.521    114.207 
Opbrengsten uit beleggingen          
Opbrengst beleggingen verzekeraar   160.094    144.482   
Opbrengst beleggingen beschikbaar voor winstdeling en vermogensaanwas   500.645    -60.251   
Af: Financiële lasten uitvaartverzorger   -834    -92   
Opbrengsten uit beleggingen operationele resultatenrekening     659.905    84.323 
Af: Saldo rente     -4.608    -4.160 
Af: Intercompany huren crematoria     19.761    13.824 
      646.420    74.659 
           
Overige omzet     3.236    148 
           
Totaal     1.398.649    705.806 

Van de totale premieopbrengsten in 2021 bestaat € 15,4 miljoen uit koopsommen (2020: € 11,4 miljoen).

6.2 Opbrengst uit beleggingen

Gerealiseerde en ongerealiseerde resultaten op beleggingen, specificatie 2021

Bedragen x € 1.000

2021 Gerealiseerde winst Gerealiseerd verlies Ongerealiseerd resultaat Beheerskosten Totaal
           
Onroerende zaken (a) 29.028  -26.234  21.054  -18.261 
           
Deelnemingen (b) 13  -1  14 
           
Overige financiële beleggingen (c):          
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 325.919  73.607  231.453  5.837  477.928 
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 359.457  69.446  -260.445  4.572  24.994 
- Derivaten 59.452  117.143  -76.657  409  -134.757 
- Hypothecaire leningen 8.374  701  7.673 
- Overige leningen 20.526  2.171  7.457  1.310  24.502 
- Vastgoedfondsen 29.376  608  157.890  2.422  184.236 
- Infrastructuurfondsen 11.366  65.982  -965  78.313 
- Hypothekenfondsen 448  2.900  -18  3.366 
- Andere financiële beleggingen 2.070  15  -90  3.553  -1.588 
  816.988  262.990  128.490  17.821  664.667 
           
Totaal beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) 846.028  262.989  102.256  38.875  646.420 

Gerealiseerde en ongerealiseerde resultaten op beleggingen, specificatie 2020

Bedragen x € 1.000

           
2020 Gerealiseerde winst Gerealiseerd verlies Ongerealiseerd resultaat Beheerskosten Totaal
           
Onroerende zaken (a) 42.471  -85.390  10.815  -53.734 
           
Deelnemingen (b) 745  -745 
           
Overige financiële beleggingen (c):          
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 318.617  163.587  -20.898  6.696  127.436 
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 140.978  91.995  -52.545  3.752  -7.314 
- Derivaten 126.848  169.926  9.270  801  -34.609 
- Hypothecaire leningen 9.090  650  8.440 
- Overige leningen 13.019  6.410  -2.411  1.244  2.954 
- Vastgoedfondsen 20.314  10.590  -344  31.248 
- Infrastructuurfondsen 18.474  386  -15.526  -680  3.242 
- Hypothekenfondsen
- Andere financiële beleggingen 825  247  155  2.992  -2.259 
  648.165  432.551  -71.365  15.111  129.138 
           
Totaal beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) 690.636  433.296  -156.755  25.926  74.659 

Ongerealiseerde resultaten geven de wijzigingen van de marktwaarde in het boekjaar weer van de beleggingen (inclusief valuta-effecten) die op balansdatum in bezit zijn. Alle overige beleggingsopbrengsten worden toegerekend aan de gerealiseerde beleggingsopbrengsten.

Directe en indirecte beleggingsresultaten, specificatie

Bedragen x € 1.000

2021 Direct Indirect Totaal    
           
Onroerende zaken (a) 11.305  -29.565  -18.261     
           
Deelnemingen (b) 14  14     
           
Overige financiële beleggingen (c):          
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 53.757  424.171  477.928     
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 68.493  -43.499  24.994     
- Derivaten -409  -134.348  -134.757     
- Hypothecaire leningen 7.673  7.673     
- Overige leningen 13.620  10.882  24.502     
- Vastgoedfondsen 29.350  154.886  184.236     
- Infrastructuurfondsen 10.960  67.353  78.313     
- Hypothekenfondsen 314  3.052  3.366     
- Andere financiële beleggingen -3.212  1.624  -1.588     
  180.546  484.121  664.667     
           
Totaal beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) 191.864  454.556  646.420     
           
           
2020 Direct Indirect Totaal    
           
Onroerende zaken (a) 23.681  -77.415  -53.734     
           
Deelnemingen (b) -745  -745     
           
Overige financiële beleggingen (c):          
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 43.211  84.225  127.436     
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 61.757  -69.071  -7.314     
- Derivaten -801  -33.808  -34.609     
- Hypothecaire leningen 8.440  8.440     
- Overige leningen 11.308  -8.354  2.954     
- Vastgoedfondsen 19.932  11.316  31.248     
- Infrastructuurfondsen 15.526  -12.284  3.242     
- Hypothekenfondsen    
- Andere financiële beleggingen -2.237  -22  -2.259     
  157.136  -27.998  129.138     
           
Totaal beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) 180.072  -105.413  74.659     

Onder directe beleggingsresultaten worden alle ontvangen rente, huur- en dividendopbrengsten verstaan minus alle beleggingskosten. Alle resultaten, zowel gerealiseerd als niet-gerealiseerd die ontstaan als gevolg van marktwaardemutaties, worden toegerekend aan de indirecte beleggingsopbrengsten.

6.3 Verzekeringstechnische lasten

Verzekeringstechnische lasten, specificatie

Bedragen x € 1.000

    2021  2020     
           
Uitkering bij overlijden   36.575  17.117     
Uitvaartkosten   131.208  125.452     
Expiratie   3.230  1.634     
Uitkering pensioenverzekeringen   12  12     
Kapitaaluitkeringen   67.164  64.418     
Uitkeringen royementen   288  271     
Afkopen   23.995  22.686     
Dotatie technische voorziening   288.104  251.037   
Intercompany uitkeringen verzekeraar aan uitvaartbedrijf   -161.202  -153.426 
       
Totaal   389.374  329.201 

6.4 Acquisitiekosten

Acquisitiekosten, specificatie

Bedragen x € 1.000

    2021  2020     
           
Acquisitiekosten personeel   20.402  17.077     
Acquisitiekosten overig   29.528  23.308     
Directe acquisitiekosten   27.519  24.157     
Toegerekende acquisitiekosten   -25.961  -23.096     
Afschrijving acquisitiekosten   13.736  11.966     
           
Totaal   65.224  53.412     

De toegerekende acquisitiekosten personeel en overig betreffen indirecte acquisitiekosten die worden bepaald op basis van interne kostenmodellen.

6.5 Personeelskosten

Personeelskosten, specificatie

Bedragen x € 1.000

    2021  2020     
           
Salarissen   113.589  96.349     
Sociale lasten   19.506  17.334     
Pensioenlasten   14.687  13.779     
Uitbesteed werk   34.137  33.805     
Overige personeelskosten   10.344  9.537     
           
Af: Toegerekende acquisitiekosten personeel   -20.402  -17.077     
           
Totaal   171.861  153.727     

6.6 Afschrijvingen op en overige waardeveranderingen van immateriële en materiële vaste activa

Afschrijvingen en waarderverminderingen immateriële en materiële vaste activa, specificatie

Bedragen x € 1.000

    2021  2020     
           
Afschrijvingen immateriële vaste activa   21.279  9.115     
Afschrijvingen materiële vaste activa   11.342  11.292     
           
Totaal   32.621  20.407     

De afschrijvingen van de immateriële activa zijn hoger dan in 2020 door een afwaardering van de immateriële vaste activa samenhangend met een Belgische verzekeringsportefeuille (€ 8,6 miljoen)en de afwaardering van het uitvaartadministratiesysteem (€ 6,1 miljoen). 

6.7 Overige bedrijfskosten

Overige bedrijfskosten, specificatie

Bedragen x € 1.000

    2021  2020     
           
Gebouw en inventaris   23.451  16.040     
Autokosten   6.663  6.111     
ICT-kosten   25.486  22.164     
Reclamekosten   23.023  20.190     
Diensten door derden   20.691  17.594     
Kantoorkosten   9.726  8.120     
Incidentele baten   -10.769  -785   
Incidentele lasten   1.595  2.913 
Gift Stichting DELA Fonds   468  527     
Overige kosten   462  1.629     
           
Af: Activeren softwaresystemen   -13.642  -10.324     
Af: Toegerekende acquisitiekosten overig   -29.528  -23.308     
           
Totaal   57.626  60.871     

De incidentele baten in 2021 betreffen voornamelijk het verkoopresultaat van crematorium Hasselt (€ 5,4 miljoen) en terugontvangen BTW over voorgaande jaren.

6.8 Beloning bestuurders en commissarissen

De bezoldiging van de bestuurders kent een vaste en een variabele component. De bestuurders ontvangen geen representatievergoeding noch aandelen of opties, echter de variabele beloning (maximaal 20%) wordt voor 60% onvoorwaardelijk uitgekeerd en voor 40% voorwaardelijk. Beide delen worden volledig in contanten uitgekeerd. De retentieperiode voor het voorwaardelijke deel bedraagt drie jaar. De bezoldiging van bestuurders in het boekjaar bedroeg aan vaste beloning € 1.148 (2020: € 1.057), aan uitgekeerde variabele beloning € 170 (2020: € 156) en aan bijdrage pensioenen € 217 (2020: € 209).

De bezoldiging van de commissarissen (van DELA Coöperatie U.A., DELA Holding N.V. en DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. tezamen) in het boekjaar bedroeg € 246 (2020: € 234).

6.9 Accountantshonoraria

Het honorarium voor het onderzoek van de jaarrekening betreft de totale honoraria over het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, ongeacht of de werkzaamheden door de externe accountant reeds gedurende het boekjaar zijn verricht. In het boekjaar en voorgaand boekjaar zijn de volgende bedragen aan accountantshonoraria ten laste van het resultaat gebracht:

Accountantshonoraria

Bedragen x € 1.000

2021 Deloitte NL Deloitte buitenland Totaal Deloitte    
           
Controle van de jaarrekening 850  248  1.098     
Andere controlewerkzaamheden 134  134     
           
Totaal 984  248  1.232     
           
2020 Deloitte NL Deloitte buitenland Totaal Deloitte    
           
Controle van de jaarrekening 373  245  618     
Andere controlewerkzaamheden 120  120     
           
Totaal 493  245  738     

Bovenstaande honoraria betreffen de werkzaamheden die bij DELA Groep zijn uitgevoerd door accountantsorganisaties en onafhankelijke externe accountants zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties) en de in rekening gebrachte honoraria van het gehele netwerk waartoe de accountantsorganisatie behoort. De andere controlewerkzaamheden betreffen hoofdzakelijk de controle van de kwantitatieve jaarstaten richting de toezichthouder. Daarnaast zijn er werkzaamheden verricht voor inbrengverklaringen en subsidieaanvragen.

6.10 Belastingen resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening

De belasting over het resultaat voor belastingen ten bedrage van  € 434.881 kan als volgt worden toegelicht:

Belastingen over het resultaat, specificatie

Bedragen x € 1.000

    2021  2020     
           
Verschuldigde vennootschapsbelasting verslagjaar   97.288  36.893     
Voorgaande jaren   -1.603  -285     
Acute vennootschapsbelasting   95.685  36.608     
           
Latente vennootschapbelasting   -5.686  -23.379     
Effect aanpassing belastingpercentage   9.626     
           
Totaal   99.625  13.229     

Het toepasselijke belastingtarief is gebaseerd op het nominale Nederlandse belastingtarief van 25%. Met ingang van 2022 stijgt het nominale belastingtarief in Nederland naar 25,8%. 

Het nominale belastingtarief in België bedraagt in 2021 eveneens 25%. Voor Duitsland wordt rekening gehouden met het geldende nominale tarief van 30%. Aangezien in Duitsland slechts beperkt belastbaar resultaat wordt bepaald, zorgt dit voor slechts een geringe afwijking tussen het toepasselijke tarief en de effectieve belastingdruk.

Belastingen over het resultaat, toelichting

Bedragen x € 1.000

    2021  2020     
           
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen   534.312  -77.066     
Nominaal belastingpercentage   25% 25%    
           
Nominaal belastingbedrag   133.578  -19.267     
Effect deelnemingsvrijstelling   -20.166  -1.323     
Vennootschapsbelasting voorgaande jaren   -1.603  -285     
Fiscale verschillen   -12.184  34.104     
           
Totaal   99.625  13.229     

De effectieve belastingdruk wijkt af van het nominale tarief. Belangrijkste reden is dat in België de gerealiseerde en ongerealiseerde verliezen op aandelen niet fiscaal aftrekbaar zijn, waardoor fiscale verschillen ontstaan. Daarnaast zijn in Nederland per jaareinde de latente posities aangepast naar het hogere toekomstige belastingtarief. Afwijkingen van mindere omvang betreffen toepassen van  de deelnemingsvrijstelling en belastingen voorgaande jaren. Het effectieve belastingtarief over 2021 bedraagt 18,6% (2020: - 17,2%).

7. Gemiddeld aantal werknemers

Gedurende 2021 had DELA Groep gemiddeld 2.543 (2020: 2.055) werknemers in dienst, waarvan 440 (2020: 434) werknemers in België en 26 in Duitsland (2020: 21). Hiervan zijn 12 werknemers (2020: 19) werkzaam voor vermogensbeheer en vastgoedmanagement waarvan de personeelskosten € 1.524 (2020: € 2.045) vallen onder de beleggingskosten.

Gemiddeld aantal werknemers, verdeling naar sector

  Ref. 2021  2020     
           
Verzekeren   378  333     
Uitvaartbedrijf   1.795  1.406     
Holding & Staf   358  297     
Vermogensbeheer en vastgoedmanagement   12  19     
           
Totaal   2.543  2.055     

8. Claims

Bij of door DELA Groep is geen materiële claim aanhangig gemaakt.

Eindhoven, 30 april 2022

DELA Coöperatie U.A.

Het bestuur

De raad van commissarissen

drs. E. Doeve J.W.T. van der Steen, voorzitter
   
   
Ir. J.A.M. van der Putten prof. dr. J.J.A. Leenaars RA, vicevoorzitter
   
   
J.L.R. van Dijk RA G.C.A.M. van Bree RA, secretaris
   
   
  drs. W. A. P. J. Caderius van Veen RA
   
   
  mr. drs. G.H.C. de Méris RA FCA
   
   
  drs. G.M. Fijneman
   
   

Volgend hoofdstuk: 6 Enkelvoudige jaarrekening